Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
PS?. ISRAëfcltEN, 41
Jan. Zij kwamen tocb eindelijk tpt ajidere
ge'dacliten, ook, Vader?
Vader. Het gefchiedde op zekeren lijd,
niisfchien wel op een der hooge feesten , het
zij Pafchen , Pinkßeren of het Loofhutten feest,
wanneer de Israeliten , benevens de hoofden der
(lammen van alle oorden des lands, te Sih bijeen
kwamen , dat er eenige weldenkende vaderland-
fche mannen ,waren , die het volk en derzelver
opperhoofden , op den bedenkelijken toeltand
van land en volk opmerkzaam maakten, met
dat gelukkig gevolg , dat er algemeen befloten
werd, dat elk in zijnen (tam werkzaam zou
zijn , om de nog overgeblevene Kanaäniten te
verdrijven.
Hendrik. Zie zoo, dat is regt goed. Va-
der ! als zij nu in alle (lammen te gelijk begin-
nen, dan jagen zij de heele boel in zes weken
het land uit, en worden een vrij volk.
Vader. Zij begrepen het evenwel anders,
en waren van oordeel dat niet alle ftammen te
gel^jlc den aanval moesten beginnen , maar dat
ééa den oorlog openen moest, en dit was ook
zeer goed ; want bij eenen gelijken opftand wa-
re het ganfche land in verwarring geraakt, ook
moesten zij in het vechten tegen de Kanaäniten
zeer voorzigtig en bedachtzaam zijn , wijl die
een krijgshaftig volk waren.
Koosje. Wie van de ftammen begon het
eerst den oorlog , Vader ? Die flam zal het
zeker niet gemakkelijk gehad hebben.
Vader. Om alle twist en ijverzucht voor
te komen raadpleegden zij eerst , door den mond
van den Hoogepriester Pinehas , den H e rt r n
hunnen God, en (Xitvingen ten antwoord , ikit
C 5 de