Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER I S. R A ë L I T E N. 39
Eenjaminitcn is deze flain in weinige jaren we-
der groot en magtig geworden; want ten tij Ie
van Koning Afa kon Benj amin al weder een
aantal van tweemaal honderd en tachtig duizend
ftrijdbare mannen te velde brengen, lierbiedigt
hierin , mijne kinderen ! de zigtbare hand van
Gods aanbiddelijke voorzienigheid , hoe inood en
boos dit volk ook wezen mogt , God bouwde
dien (lam van Benjamin weder op, ten ein-
de geene der twaalf flammen te doen verloren
gaan , maar zfjne aan Abraham , Izaäk en
Jakob gedane beloften te vervullen. Ja , kin-
deren ! uit dezen Ihm moest ook de'beroemde
Apostel P au lus geboren worden , die zoo veel
aan de uitbreiding des Evangeliums heeft toege-
bragt.
Hendrik. Het was toch onder dat alles
een onrustige tijd ; want wie konde nu veilig
wonen. Vader?
Vader. Gij hebt wel gelijk, Hendrik'
en deze onveiligheid was het treurig gevolg van
den Haat der regeringloosheid , van welken wij
jn ons eerlle avondgefprek reeds iets gezegd
hebben , als mede van de traagheid die hen be-
zielde in het verdrijven der Kanadniten. Nu
werden zij langzaam gewend aan het zien ple-
gen der fchandeUjklle afgoderij; de oude lust
daar toe ontwaakte in hen , en welhaast werden
zij deelgenooten van hunne feeften en offermaal-
tijden, ter eere himner afgoden aangerigt. Ook
verbroederden zij zich met de volkeren, die zij
hadden moeten uitroeijen, omdat die hunne ge-
vaarlijklte vijanden waren ; zij namen zich bun-
re dochteren tot vrouwen, en gaven linnne
dochteren aan de zonan der Kanainit-en.
C4 jA!t.