Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
S8 os GESCHIEDENIS
Vader. 'Vel opgemerkt. Jan! De Le>-
viet bereikte ook ten volle zijn oogmerk ; want
elk Israïliep , die dit voorval hoorde , werd met
verontwaardiging en afgrijzen vervuld. Binnen
weinige dagen werden alle ftamraen bij een ge-
roepen en een heerleger van viennaal honderd-
duizend gewapende mannen verzamelden zich te.
Silo , bi) den Tabernakel. Nu trad de Leviet
te voorfchijn , en verhaalde op eene aandoenlij-
ke wijze het treurig lot, dat hem en zijne vrouw
bejegend was, tevens verzoekende, dat men de
hem aangedane beleedisjing en de moord aan zii-
ne vrouw gepleegd zich zoudi aantrekken. Dit
verzoek werd door al de virgaderde volksmenig-
te ingewilligd en men befloot om veertig duizend
manfchappen door het lot te kiezen , lot het
nemen eener billijke wraak.
H e M d RIK. Veertig duizend man , Va derl
dat is het tiende gedeelte van de gewapenden,
die daar tegenwoordig waren. Nu vreeze ik voor
de ftad Gibea.
Jan. Ik niet., Hendrik! want zij zullen
alleen de booswichten geftraft hebben ; de ande-
re menfchen konden het toch niet helpen.
Vader. Hetgeen Jan daar zegt was ook
het eenig oogmerk der Israëliten. Zij zonden
daarom boden aan de oudften van den ftam
jßenj ami n, en eischten, dat de baldadige ftraat-
Jchenders hun zouden worden uitgeleverd , om
Daar verdienfte geftraft te worden. Doch de
Benjaminiten, een trotsch, offrlogzuchtig en zeer
verbasterd volk , weigerden aan dezen billijken
eisch te voldoen, en de boosdoeners over te
•ie veren.
Koosje. Dat was flecht, Vader!
Va-