Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
31 Dfe GESCHIEDENIS
Jan. Maar, Vader! indien de nachten in
Kanaan zoo goed zijn om te reizen, waarom
wilde dan deze man dien nacht te Gibea blij-
ven ?
Vader.- Ik weet het niet. Jan! misfchien
was het buijig weer , of mogelijk vreesde hij
dat de weg bij nacht, voor hem en zijn klein
gezelfchap, niet veilig was. —
Koosje. Dan deed die goede man wel,
met in de ftad te gaan; daar was hij tegen de
roovers veilig.
Vader. Dat zou men zeggen, Koosje!
en evenwel gij vergist u zeer, mijn kind! luis-
ter maar verder. Zoodra de Leviet met zijn ge-
zin binnen de ftad was gekomen, zettede hij zich
neder in eene der voornaamfte ftraten, en dus
onder den blooten Hemel , in verwachting dat
een of ander der ftedelingen hem met de zijnen,
gedurende dien nacht, in huis zoude nemen.
Hendrik. Maar, Va der ! waarom ging
die man in geene herberg?
Koosje. Wel, Hendrik! die man zal
misfchien zoo veel geld niet gehad hebben, dat
hij vele onkosten maken konde.
Vader. Neen, Koosje! dit was het ge-
val niet, maar in die landen zijn geene herber-
gen , zoo als bij ons; ook ziin die daar niet noo-
dig, wijl de gastvrijheid bij de oosterlingen zeer
groot is , waardoor zij altijd genegen zijn om
vreemdelingen in huis te noodigen en vriende-
lijk van eten, drinken en eene goede flaapplaats
te verzorgen.
Dit nu verwachtte deze reizende Leviet ook,
doch hy bedroog zich zeer; want de edele
deugd > om vreemdelingen te herbergen, vond
geen