Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
oer ISR&ëLIYBN. ï^
Koosje. Wat meenden de roovers daar mede
Vader?
Vader, Zij wilden zeggen, Koosje! dat,
zoo hij zich niet dood ftil hield, zij dan fpoe-
dig zouden weerom keeren , zijn geheele huis
uitplunderen en hem met de zijnen, zoo niet dood«
liaan, ten minde gevangen nemen. Mie ha be-
greep dit ook Tpoedig en keerde ftilletjes, hoe-
wel geheel onvoldaan, naar zijne woning terug.
Hendrik. Zoo kwam Mie ha flecht van
zijn heiligdom en priester af.
Vader. En dit voorval had Mie ha en al
zijne huisgenooten moeten leeren, van hoe wei«
nige waarde hun beeldendienst was , en dat
hij er des H e e r e n zegen niet op te wachten
had.
Koosje. Hoe maakten het verder de Dani-
ten. Vader?
Vader, Zij gingen op de ftad Lais losg
overvielen gewapenderhand de zorgeloozs inwo-
ners, floegen al dood wat hun voorkwam, en
ftaken de ftad in brand.
Jan. Dat vind ik een dwaas bedrijf, Va*
der! want toen hadden zij er immers geen
nut van,
Koosje. Juist, Jan! in eene verbrande
ftad konden Zij niet wonen.
Vader. Kort na de verwoesting herbouw-
den zij de ftad, en gaven dezelve den naam
van Dan^ naar hunnen ftamvader. En toen zij
vervolgens in vrede deze ftad bewoonden, fticht-
ten zij aldaar een heiligdom , in hetwelk zij
het beeld van Mieha plaaiften, en den Leviet
tot hunnen priester aannamen.
Jan, Wel Vader! dan waren zij even zoo
B a dwaas