Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
l8 DE CESCHlEDEMi S
bewogen den Leviet, Jonathan, om tegens
Micha ontrouw te worden; alle heilige dingen
werden ingepakt en hij ging heimelijk met het
gewapende volk weg.
Hendrik, Dat was toch flecht van dien
Leviet. En moest Micha dit alles met goe-
de oogen aanzien. Vader?
Jan. Wat zal hij boos geweest zijn, ook
Vader?
Koos je. En ook droevig, dat al zijn mooije
goed, hetwelk zyne moeder zoo veel geld had
gekost, door vreemde menfchen maar zoo werd
weggenomen.
Vader. Dat alles kan heel wel waar zijn
kinderen! doch Micha wist dit voorgevallene
niet aanitonds; de roovers waren al lang verre
weg, toen hij van dit alles de boodfchap kreeg.
Jan. En liet hij die bende maar ftil loopen,
Vader?
Hendrik. Wel zeker,/«« ƒ want wat
zoude hij beginnen tegen eenen troep van zeshon-
derd gewapende mannen?
Vader. Gij vergist u, Hendrik ! zoo-
dra Micha de tijding van dit alles ontving,
verzamelde hij al zijne onderhoorigen, jaagde de
plunderaars achterna, en toen hij hen had inge-
haald , eischte hij zijn heiligdom en priester te rug,
Hendrik. Ik denk dat die moeite
wel zoude kunnen gefpaard hebben.
Vader. Dat is wel van u gedacht, Hen-
drik! want met alle koelheid zeiden rij hem;
dat hij best zoude doen, in ftilte naar zgn huis
te gaan, zonder verdere opfchudding te maken,
wijl hij zich anders ligtelijk nog grootere rampen
op den hals konde halen.
r Koos«