Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
I'S DR CESCJIÏEDENIS
worden en groote gefchenken te krijgen. Soort-
gelijke (lecbte menichen zijn er nu ook nog,
die voorgeven verborgene en toekomende zaken
te kunnen weten ; doch gaat nooit naar zulke
lieden oni iets te hooren, en geloof even min
hetgeen zij zeggen; want zij weten niets van
de toekomn, en raden er maar naar, om den
Vigtgeloovigen te misleiden en hun eigen voor-
deel te bejagen.
H E N ü M K.. Zij raden het toch fomtijds wel
eens, Va der !
Jan. ja, Hendrik' zij zouden wat, van
de tien keer pas eens.
Vadeu. Kadtn is immers geen ss/t^r wtf/tf«*
Hendrik! en gelijk onze Jan zeer wel gezegd
heeft j zij raden het van de tienmaal naauwelijks
eens. Maar zoo weinig denken veel menfchen
door, als eene wikller of een waarzegger het
eens geraden heeft, o dat wordt zoo lang ont-
houden , dat vertelt de eene met drift aan den an-
dereu, maar van de negenmaal, die hij mis geraden
en gelogen heeft, wordt geen woord meer ge-
Iproken, ja, dat wordt geheel vergeten en ge-
houden als of het niet gebeurd ware. Onder-
tusfchen heeft onze goedgelukzegger het ditmaal
geraden; want de vijf verfpieders gingen noorde-
lijk aan en vonden in de nabijheid van het ge-
bergte Libanon eene ftad, met een vrij uitge-
ftrekt grondgebied , Lais of Lefem geheeten,
en bewoond door eenige vreedzame Sidoniers,
die daar geheel afgezonderd leefden, met geend
der overige volken in verbond ftonden, en daarom
in geval van nood ook van niemand eenige hulp
te wachten hadden. Dit, kinderen! was juist,
ketgene 'deze rondzwervende verfpieder» zoch-
tenv