Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
der ISRAëLITEN. 9
ker overblijfTelen nog in hun midden waren«.
De volgende gebeurtenisfen, die kort na den
dood van den braven Jozua fchijnen voorge-
vallen te zijn, zullen u allen van hunne godde-
loosheid overtuigen. C*)
Op het gebergte van Efraim^ (z\ti eens op
de landkaart waar dit gebergte ligt,) woonde
eene rijke weduv/e, die eene aanzienlijke fom
gelds ontftolen was, zij fprak over dit ge-
val met hare kinderen, en dreigde eenen vloek
over hen, zoo zij iets van dezen diefltal wisten
en het haar niet zeiden.
, Henprik. Foei, Vader! dacht die
vrouw dan zoo flecht over hare kinderen , dat
zij vertrouwde» dat een van hun het geld gelto-
len had, of wist waar het gebleven was en hec
aan haar niet zeggen zoude?
Vadp.r. Ja, Hendrik! zij vermoede, dat
de dieverij onder hare eigene kinderen fchuüde,
en zij had waarlijk zoo mis niet; want.....
Koosje. Wat, Vader! had die moeder
zulke ondeugende kinderen, die haar bellolen ?
Wie heeft ooit zulk een fchelmltuk gehoord!
Vader. Ja, kind! zoo diep was ook de
opvoeding der kinderen al verbasterd , dat zij
ontrouw werden jegens hunne ouders; want
haar zoon Micha had zich aan deze misdaad
fchuldig gemaakt, doch door de moederlijke
A 5 vloek
(•) De orde des tijds'Jn welke de gcfcliiedcnis van Mi-
cha^ benevens de lotgevallen van zekeren Liviet en zijne
Imisvrouw , «n de daaruit oniftaiie oorlo/; voorkomen ,
vordert, dat eerst van dezelve gefprokan wordt. Want hoe-
wel deze voorvaliea R.efit. XVU tot XX. eer^i vermeid wor-
den , blijkt echter, uit Hoofdft. XX: 28, dat fe H003e-
priesest Pitte has de kleinxoon van Aar$n nog leefde, en
jizita benevens de ©udfteu.eerst onlanj^ geUorycn waren,