Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER I S R A ë L J ï E N. I4?
Eli was op zich zeiven befchouwd een goedman,
een braaf Hoogepriester, die het wel met den
Godsdienst meende, maar hij was een zwak
Regter en een al te toegevend Fader voor zij-
ne twee ondeugende zonen. Kloekhartigheid en
traagheid waren de hoofdtrekken van zijn karak-
ter.
Koosje. Had hij zulke flechte zonen. Va-
der?
Vader. Ja, kind zijne twee zonen, Hof-
ni m Pinch as f waren als jongelingen losbandi-
ge knapen, en volwasfen zijnde goddelooze pries-
ters , en Eli bekreunde zich hier weinig over,
offchoon de menfchen over de ondeugendheid zg-
ner kinderen bq hem kwamen klagen.
Hendrik. Dat was niet goed van Eli!
Maar heeft hij als Regter ook dappere daden ver-
rigt. Fader?
Vader. De eerflie jaren van zijn Regterlijk
beltuur waren tijden van rust en vrede; want
Simson h.id de Filiflijnen zoo diep vernederd
en verzwakt, dat zy de Israêliten geene merke-
Iqke nadeelen konden toebrengen. JVIaar in het
laatlle jaar van En's leven, was de magt der
Filiflijnen dermate aangegroeid, dat zij de Isra-
eliten op nieuw zochten onder het juk te bren-
gen, en met dat oogmerk eenen inval in Kana-
an deden, waaruit een nieuwe oorlog oniltond.
Jam. Voerde Eli nu het bevel over het le-
ger der Israêliten Fader?
Vader. Eli was toen reeds een grijsaard
van acht en negentig jaren en bijna blind van ou-
derdom, dus begrijpt gij ligt, dat hij niet kon-
de te velde trekken. De Israêliten hadden daar-
om eenen anderen Veldheer, onder wiens op-
K 2 zigt