Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER.
ISRACLITEN.
145
werden omver geftooten, dan moest de geheele
gaanderij inftorten , vooral op dien tijd , toen
zich drieduizend menfchen op dezelve hadden
zamen gepakt.
Koosje. Simson kwam dus ongelukkig
aan ziin einde!
Vader. Ja, Koosje! en dat was het ge-
volg zijner onbedachtzaamheid en zedeloosheid;
deze gebreken verhinderden hem, om voor zijn
Vaderland en volk, diegene te zijn of te wor-
den , die hij uit hoofde van zijnen verhevenen
aanleg had kunnen worden. Toen zijne bloed-
verwanten van zijnen dood onderrigt waren, gin-
gen zg naar Gaza, haalden zijn lijk van onder
de puinhoopen en begroeven hetzelve tusfehen
Zora en Esthaol, in het graf zijns vaders Ma-
noach. Hy bevrijdde Israël twintig jaren van
de geweldadige overheerfcliing der Filiflijnen.
Hierbij zullen wij het nu laten , en, bij aller
welzijn, morgen avond de gefchiedenis der Keg-
teren eindigen, door te fpreken over de twee
laatfte volksbeftuurders, Eli en Samuel,
ZESTIENDE AVOND.
i. Sam. ƒ, tot Hoofdfl. XXV: i.
Koosje, Komt jongens! daar is Vader
al; gaat zitten, dan kunnen wij aanftonds be-
ginnen.
Vader. Ja, kinderen! neemt maar plaats;
het is van dezen avond voor het laatst; want
de winteravonden zQn voorbij en de gefchiedenis
loopt ten einde.
K Koos-
I