Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
144^ i>e oeschiedenis
van v^ccdom en fmart, over al het leed en den
fraaad hem aangedaan. Na eenige oogenblikken
dus gellaan en gepeinst te hebben, ontlastte hij
xijne bitier bedroefde ziel, in deze fmeektaal:
„ Nu neg maar ee^ie Vi'raak, Jehova! voor
„ mijne twee oogen" daarop kromde hij zich,
met al zijne magt, de beide zuilen van zich af-
ftootende, zoodat zij begonnen te kraken. Hier-
na riep hij nog eens; „ mögt ik nu maar met
„ de Filißijnen ßervenP'' En bij eene laatfte
poging duwt hij de pilaren omver, zoodat het
middelfte gedeelte van het gebouw met eenen zwa-
ren (lag plotfeling neder/lortte, waarop al de o-
verige gedeelten van het gebouw volgden, en be-
nevens Simson drieduizend menfchen verpletter-
den, zoodat het getal der genen, die hij in zijn
-fterven doodde, grooter was, dan de menigte
der vijanden, die hij gedurende geheel zijn leven
verdagen had.
Jan. Maar, Vader! ik kan mij niet begre-
pen , hoe door het omftooten van twee pilaren,
een geheel gebouw, waarin zoo veel menfchen
konden zijn, kon inftorten.
V A D E a. Juist de groote menigte van volk,
bragt veel toe, om alles met geweld naar bene-
den te doen ftorten. En wat de gefteldheid van
het gebouw betreft, het eenvoudiglle is, dat men
zich voorftelle, dat deze tempel, een groot voor-
hof had, en tegen de eene zijde van den muur,
een afdak, of groote gaanderij, waarvan de
grond aan de voorzijde, op vier zuilen rustte,
van welken er twee aan de uiteinden, en twee
in het midden, digt bij elkander ftonden, op
welke vier pilaren de hoofdbalken der vloer la-
gen: wanneer nu de twee middelde fteunfels
wer-