Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER ISRAéLITEN. r4J
in welken hij, door eenen roemrijken dood, zy-
ne tegenwoordige ichande en vernedering mogt
uitwisfcheB, en deze gelegenheid werd hem fpoe-
dig door de Filiflijnen zeiven vcrfchafc.
Hendrik. Was dat niet bij gelegenheid
van een feest hetwelk zij met zoo veel vreugde
vierden ?
Vader. Juist, Hendrik! Zij hielden ee-
nen plegtigen feestdag, op welken zij hunnen
Visch-god Dagon loofden, voor dat hij, naar
hun begrip, Simson in hunne handen gegeven
had. En op dit afgodifche feest bragten zij
Simson "it om hem te befpotten, en daarna
als eene offerande aan Dagon te Aagten. Zij
voerden hem naar het voortiof van den afgods-
tempel en alles juichte, toen zij den blinden en
geboeiden Simson zagen; overluid riepen zii:
„ onze God, Dagon, heeft ons onzen vijand^
„ den verwoester van ons land, die zoo velen
„ onder ons verfloeg , in handen gegeven !"
Daarop moe»t de blinde Simson voor hen fpe-
len, dat wil zeggen allerlei grappen maken, om-
dat zij zich met hem vermaken zouden en om
hem lagchen konden. Hoe vernederend dit ook
was, Simson liet zich dit alles welgevallen
en gaf geen het minfle blqk van onwilligheid of
van zijne vernieuwde krachten, maar toen dit
fpel eenigen tijd had geduurd, hield hij zich,
als of hij zeer vermoeid was, en verzocht zijnen
leidsman, om hem even los te laten, en zijne
handen te brengen aan de twee pilaren, waarop-
de tempel rustte, opdat hij er zich aan vast mogi
houden, en dit verzoek werd hem tocgellaan,
zoodat hij vrij en los, tusfchen de hooldzuilen
van het gebouw ftond met een hart overkropt
van