Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
OBR ISRACLITEN. II9
„ zaamheid mögt doorbrengen, om haren maag-
„ delijken flaat te baveenen."
Hendrik. En dat vergunde haar Jbph-
ta, gaarne, Va derf
Vader. Nu, Koosje! fchrei niet al te
zeer, Jephta's dochter was gewillig, hoor
daarom met bedaardheid hare gefchiedenis. Zij
keerde na Verloop van twee maanden weder tot
haren vader, die zijne gelofte aan haar volbragt,
zoodat zij nimmer is getrouwd ge\,:eest. Se-
dert dien tijd werd het eene ftandvastige gewoon-
te onder de Israeliten, dat hunne jonge doch-
ters, gedurende vier dagen in het jaar Jeph-
ta's dochter gingen aanfpreken , beklagen of
bezingen; want in deze driederlei beteekenis kan
het woord, dat de gefchiedfchrijver hier bezigt,
worden opgevat.
Koosje. Ach! moest nu dit arme meisje
zoo onfchuldig fterven!
Jan. Wel neen, Ä'oojyc/jEPHTAmogtzijn«
dochter niet offeren; want God heeft eenen afkeer
van menfchenoffers, en heeft die ook verboden.
Koosje. Waarom waren Jephta en zij-
ne dochter dan zoo droevig , als zij toch in
bet leven konde blijven?
Jan. Om dat zij nu in ftüle eenzaamheid
leven moest, en nimmer trouwen mögt, zoo
als hare vriendinnen.
Koosje. Zoo dat wist ik niet. Jan!
Vader, Ik moet op Jan zijne reden eene
aanmerking maken. Die geleerden, welke (tellen
dat Jephta zijne dochter gedoo.! heefc, zeg-
gen niet dat hij haar heefc geofferd, maar haar
als een Cherem , dat is , als eene bannelinge deed
ftcrvBO. Ook meent men dat er geene voorbeel-
H 4 den