Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
f)6 DB geschiedenis
Koosje. Dat was rcgt goed van Gide-
on, dat hij voor zijn volk zorgde; zij zullen
nu ook wel volop gekregen hebben, ook,
Vader?
Vader. Dit zoude men billijker wijze mo-
gen verwachten , Ko o sj e J En evenwel het
tegendeel is waar; de overheden van Succoth
weigerden aan dit heusch verzoek van Gidk-
ON te voldoen, en zeiden op eenen fpottenden
toon tegen hem: „ Als gij Zebach cn Tsal-
,, munna aan de hand tot ons brengt, dan
,, zullen wij u en uw volk brood geven."
Want zij geloofden niet dat Gideon deze
twee Koningen konde overwinnen.
Jan. Die inwoners waren maar in het ge-
heel geene vrienden van hun vaderland.'
Vader. Zoo is het ook. Jan! en daar-
om zwoer Gideon in zijne toorn, dai , zoo-
dra God die twee Koningen in zijne hand
«oude gegeven hebben, zij, bij zijne terug-
komst , Itreiig zouden geftraft worden. Doch
om nu geenen tijd te verliezen toog hij met zij-
ne manfchappen verder op en kwam te F null,
mede eene ftad in het erfdeel van Gad, en
deed aldaar hetzelfde verzoek, om eenige ver-
verfching , voor zyn volk; doch ontving ook
wederom hetzelfde weigerend antwoord als te
Succoth, waarom Gideon hen met den gehee-
len ondergang der ftad dreigde, en daarmede
vertrok.
Koosje. Zoo doende konden Gideons
foldaten wel flaauw van honger worden.
Vader. Daar hadden zii ligt nood van,
Koosje! echter ondernam Gideon den ver-
deren togt en kwam met zijne helden nabij het
ge-