Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-93
zich niet in den Dertigjarigen Oorlog gemengd, niettegenstaande
Frederik van de Palts, toen hij de kroon van Bohemen aan-
vaardde, op de hulp van zijn schoonvader. Koning Jacobus I,
gerekend had (bl. 75). Eerst in het laatste jaar zijner regering
(1624) had deze den oorlog aan Spaiije en aan den Keizer ver-
klaard (bl. 69).
Zijn opvolger, Karel I, was niet in staat, zijnen zwager en
de Protestanten in Duitschland te ondersteunen, daar eene reeks
van binnenlandsche onlusten, die hem eindelijk de kroon en
het leven kostten, hem daarin verhinderden. Ook hij was even
als zijn vader van meening, dat het koninklijk gezag onbeperkt
moest zijn en blijven, en dat de regten des volks slechts uit-
vloeisels waren van de genade des Konings , die ze kon intrek-
ken wanneer hy dit noodzakelijk oordeelde. Het Parlement daar-
entegen bleef met te meer kracht die regten voorstaan, naarmate
de Koning ze minder eerbiedigde. Buitendien was er nog eene
reden van godsdienstigen aard , welke de spanning tusschen den
Koning en het volk vermeerderde. In de laatste jaren was in
Engeland het aantal der Puriteinen (bl. 64) zeer toegenomen»
wier ver gedreven Gereformeerde begrippen hen afkeerig maak-
ten van de Anglikaansche, of Bisschoppelijke kerk, die, zoo als
vroeger gezegd is, tot godsdienst van den Staat was aangenomen,
en den Koning, ook in kerkelijke aangelegenheden, als haar
hoofd erkende. Ook hier vermengden zich derhalve de staatkun-
dige met de godsdienstige geschillen , en de Puriteinen, die aan
de regering geen gezag iu zaken van godsdienst wilden toeken-
nen, waren dus reeds daarom vyandig gezind, terwijl de wille-
keur waarmede Karel in het bestuur des lands te werk ging, hun
tegenstand nog meer opwekte.^ Zoo ontstond er eene den Koning
vijandige partij, die weldra de meerderheid had in het Parlement
en gebruik maakte van de geldverlegenheid, waarin hij zich ten
gevolge van den oorlog met Spanje bevond, om op het bevestigen
der oude regten en het verkrijgen van nieuwe aan te dringen.
Drie malen riep de Koning in de vier eerste jaren zijner regering
het Parlement bijeen, omdat hij tot het opleggen der noodige
belastingen de toestemming van de afgevaardigden des volks be-
hoefde , doch even zoo vele malen ontbond hij het weder, omdat
het zich niet naar zijnen wil wilde voegen. Toen besloot hij,
zonder Parlement te regeren, en oefende elf jaren lang (van 1629
tot 1640) het koninklyk gezag zonder eenige beperking uit.
Ondersteund door zijnen bekwamen en eerzuchtigen minister
Thomas Wentworth , dien hij eenigen tijd later tot Graaf van