Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-92
2koeden verkreeg Voor-Pommeren, een gedeelte van Achter-Pom-
meren, waarvan het overige aan den Keurvorst van Brandenburg
werd gegeven, en een aanzienlijk grondgebied tusschen den We-
zer en de Elbe , dat vroeger de Bisdommen Bremen en Ferd«« had
uitgemaakt. Het had daardoor vasten voet in Duitschland en
een belangrijk gedeelte van de zuidkust der Oostzee verworven.
De Elzas, eene bezitting van het Oostenrijksche huis, werd
aan Frankrijk afgestaan, met uitzondering van eenige steden,
die niet aan Oostenrijk, maar onmiddelijk tot het Duitsehe ryk
behoorden, en waarvan Straatsburg de gewigtigste was. Ook behield
Frankrijk de steden Metz, Toul en Verdun, die omtrent eene eeuw ge-
leden in het bezit van Hendrik H waren gekomen (bl. 38), en
waarop het Duitsehe rijk nog altijd zijn regt had doen gelden.
De ongelukkige Keurvorst Frederik van de Palts was reeds
in 1632, elf dagen na Gustaaf Adolf gestorven ; zijn zoon Ka-
rel Lodewijk , kreeg bij den Westfaalschen vrede de Neder-
Palls en de waardigheid van Keurvorst terug. "Maximiliaan van
Beijeren behield de Opper-Palts en de waardigheid van Keurvorst,
die hem reeds vroeger geschonken was (bl. 77) , zoodat hel Duit-
sehe rijk nu acht Keurvorstendommen telde.
Eindelijk werden Zwitserland en de Nederlanden voor geheel
van hel Duitsehe rijk onafhankelijke landen verklaard.
Met betrekking tot de godsdienst werd gelijkheid van regten
aan de belijders van de Katholijke, de Luthersche en Gerefor-
meerde gezindheden toegestaan.
Eindelijk werd ten opzigte van de verhouding der rijksvorsten
en de steden tot den Keizer bepaald, dat zij allen stem zouden
hebben op den Rijksdag, zonder welks inwilliging de Keizer in
het vervolg geene wetten mogt uit,vaardigen , geen oorlog voeren
en geene belastingen uitschrijven. Eigenlijk was dus het Duitsehe
rijk inderdaad niet meer dan een bondgenootschap van ruim
driehonderd onderling onafhankelijke leden, onder een beperkt
opperhoofd, en was, voor het vervolg, van eene krachtige zamen-
werking weinig of niets te verwachten, te meer daar aan de
rijksvorsten het regt werd toegekend om, hetzij onderling, hetzij
mei vreemde mogendheden , verbonden te sluiten, mits deze niet
tegen het Rijk waren gerigt.
§ 33. Engeland van de Iroonsheklimming van Karei I tot
aan zijnen dood.
Engeland had, zoo als uit de voorgaande paragraaf gebleken is,