Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
vaarlijke zamenzweringen, die gesmeed werden om hem ten val
te brengen, en welke hij met onmeedoogende gestrengheid strafte,
Zelfs toen eenmaal de Koningin-weduwe en de Hertog van Or-
leans, de broeder van Lodewijk XHI, met eenige misnoegde
grooten, tot zijnen val zamenspanden, was zijn invloed op den
I Koning zoo groot, dat beide verbannen werden, en Maria de
Medici, na vele jaren in den vreemde te hebben rondgezworven,
zonder zich met haren zoon te hebben kunnen verzoenen, in
4642 te Keulen, in bekrompene omstandigheden, overleed.
De staatkundige scherpzinnigheid van Riciielieu had met groote
juistheid opgemerkt, welke de voornaamste hinderpalen waren,
die de vestiging van een onbeperkt koninklijk gezag en de daar-
mede gepaard gaande eenheid en kracht van bestuur in den weg
stonden; namelijk de trotsche aanmatigingen van den hoogen
adel des rijks, de eigendunkelijke handelwijze van het Parlement
van Parijs, en de vergunning, die de Hugenoten zich vroeger,
met de wapenen in de hand, hadden weten te verwerven, om tot
hunne veiligheid eene krijgsmagt op de been te houden en ver-
scheidene vestingen met hunne troepen te bezetten.
Wij hebben reeds vroeger gezien (I Deel bl. 212), hoe Lode-
wijk XI de magt der grooteeleenheeren van het Fransche rijk
met geweld vernietigde, en het koninklijke gezag vestigde. De
magtige vasallen der middeleeuwen waren door hem gedwongen
geworden, voortaan den Koning als onderdanen te gehoorzamen.
Dit was onder de regering zijner opvolgers zoo gebleven, doch in de
verwoestende godsdienstoorlogen, waaraan Frankrijk in de laatste
helft der 16de eeuw ten prooi was, werd, zoo als wij gezien hebben,
het gezag van de kroon geweldig geschokt, waardoor de hooge
adel in de gelegenheid gesteld werd, zich langzamerhand meer
en meer magt toe te eigenen. Voortdurend onder de wapenen,
hetzij voor, hetz'y" tegen den Koning, hadden de hoofden der
aanzienlijke geslachten in het eerste geval weder grooten invloed
op de regering verkregen, en in het tweede geval zich aan eene
onafhankelijkheid gewend, die beide nadeelig waren voor de
eenheid van het bestuur. Onder de weldadige en toch krachtige
regering van Hendrik IV, die hen door zijne grootmoedigheid
en door geschenken en gunstbewijzen aan zich verbonden had,
was dit nadeel wel is waar tijdelijk weggenomen, doch geduren-
de het regentschap van Maria de Medici trad de adel op nieuw
met overdreven eischen dreigend op, en vermeerderde zijn gezag
tegenover de zwakheid van het koninklijk bewind.
Een magtig werktuig in de handen van de misnoegde edel-