Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
tholomeus met lietzelfde doel naar Koning Hendrik VII van
Emjeland zond.
Spanje was toen sedert twee jaren met liet Moorsche Koning-
rijk Granada (I deel, bl. 216) in een oorlog gewikkeld, die met
korte tusschenpoozen omtrent tien jaren duurde. Eerst in het
jaar 1492 werden de Spanjaarden meester van de hoofdstad en
daarmede van het geheele rijk. Daardoor was de Mahomedaan-
sche lieerschappij, die gedurende bijna acht eeuwen in Spanje ge-
vestigd was geweest , geheel vernietigd; het grondgebied werd
met Castilië vereenigd, en de laatste Moorsche koning Adu Ab-
dileiu of Bo.\bdil nam de wijk naar Afrika, waar hij kort
daarna sneuvelde.
Deze gewigtige zegepraal verlevendigde de hoop van Colum-
bus, die gedurende al dien tijd te vergeefs op ondersteuning had
aangedrongen, en bovendien nog tegengewerkt was geworden
door de raadslieden van de kroon, die uit grove onkunde zijn
denkbeeld als ten eenemale onuitvoerbaar verwierpen. Nu even-
wel werd Isabella door den invloed van verstandige mannen
tot betere inzigten gebragt, en nog in het voorjaar van 1492
kwam er tusschen de Koningin van Castilië en Columbus eetie
overeenkomst tot stand , waaraan ook haar gemaal, Ferdinand van
Arrayon, deelnam, en waarbij Columbus de erfelijke waardig-
heid van Groot-Admiraal en Onderkoning over alle landen en
zeeën, die hij zou ontdekken, verleend werd, terwijl liem en zijnen
erfgenamen tevens een tiende gedeelte werd verzekerd van de
voordeden, welke de schatkist van zijne ondernemingen zou
trekken.
Den 3den Augustus 1492 stak Columbus in zee met drie klei-
ne en zwakke schepen, bemand met 90 man, en nadat hij eerst
op de Canarisc lie ^eilanden zijne beschadigde vaartuigen liad her-
steld, zette hij in het begin van September stoutmoedig over
den onbekenden oceaan koers naar het westen. Van zoodanigen
togt was geen voorbeeld in de geschiedenis; tot dien tijd toe wa-
ren nagenoeg alle zeereizen langs de kusten ondernomen, waar-
by men zelden , en dan slechts voor korten lijd, het vaste land
uit het oog verloor. Geen wonder dan ook, dat het scheepsvolk
van Columbus, toen het verscheidene dagen niets dan lucht en
water gezien had, en steeds verder doordrong in de onmetelijke,
onbevarene zee, waar geen teeken van nabijzijnd land te zien
was, ongeduldig en beangst werd, en eindelijk in opstand kwam
en zelfs eene zamenzwering smeedde om den Admiraal over
boord te werpen. Deze bleef evenwel kalm en vastberaden; vol