Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-80
de belangen van Zweden, zoowel als van Denemarken, zou ge-
weest zijn. Wallenstein, die reeds lot Admiraal der Oostzee
■wasbenoemd, vreesde daarom de zamenwerking dier beide rijken,
en opende in den naam des Keizers onderhandelingen met Ghris-
tiaan IV, welke lot den vrede te Lubeh leidden (Mei 1629).
De Deensche Koning kreeg zijne landen terug, en beloofde, zich
in het vervolg met niemand tegen den Keizer te zullen verbinden.
Intusschen ging Ferdinand voort, zijne plannen legen de Her-
vorming, welke hij in zijne eigene staten reeds geheel uitgeroeid
had, ook in het Duitsche rijk door te zetten , en gelastte einde-
lijk in 1629, dat al de geestelijke goederen, die sedert den vrede
van Passau in het midden der vorige eeuw in het bezit waren
gekomen van Protestanten, aan de Katholijke Kerk moesten
worden teruggeven. Dit besluit, het restitutie-edict genoemd,
was een gevoelige slag voor de Hervormden, maar geen der
Duitsche vorsten waagde het, er zich tegen te verzetten, daar
de troepen van Walle.vstein en van de Ligue aangewezen waren
om, in geval van tegenstand, de bevelen des Keizers met ge-
weld te doen gehoorzamen.
De magt van Ferdinand II, ondersteund door het gevreesde
leger van Wallenstein was nu lot zulk eene hoogte geslegen,
dat zelfs den Keurvorsten, die zyne partij hielden , bezorgdheid
werd ingeboezemd, daar zij, zoo het schijnt niet zonder grond,
begonnen te vreezen, dat Ferdinand , even als vroeger Karel V
(bl. 37), het voornemen koesterde om het keizerlijk gezag in het
Duitsche rijk onbeperkt te maken, en daardoor de grootheid van
het Habsburgsche stamhuis voor altijd te vestigen. Niemand
doorzag dit beter dan de schrandere en staalkundige Keurvorst
Maximiliaan van Z?ci;'ere?t, die bovendien reeds lang vijandig jegens
Wallenstein gezind was. Hij was hel dan ook voornamelijk,
die op den Rijksdag, welken den Keizer in 1630 in Regensburg
bijeenriep, in overeenstemming met de overige vorsten, op de af-
zetting van den magtigen veldheer aandrong. De klagten, welke
van alle zijden over de teugelloosheid van het ruwe krijgsvolk en
over de jammerlijke verwoesting der Duitsche landen werden in-
gebragt, noopten eindelijk Ferdinand om toe te geven, Ie meer
daar hij den rijksdag te zijne gunste wilde stemmen, omdat hij
hoopte zynen oudsten zoon tot Roomsch Koning te doen verkie-
zen. Hij gelastte dus aan Wallensteik, hel opperbevel neder te
leggen , waaraan deze, tegen de verwachting van velen, oogen-
blikkelijk voldeed, daar hij schrander genoeg was om te begrij-
pen , dat de omstandigheden Ferdinand II eerlang wel weder