Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-73
ders liadden behoord (I Deel, bl. 187). In 1561 was die Orde
ontbonden: Esthland was aan Zweden gekomen, Lijfland aan
Polen, en Koerland was, als leen van Polen, een afzonderlijk
hertogdom geworden. De oorlog tusschen de Koningen van Polen
en Zweden gaf natuurlijk ook aanleiding tot een strijd over het
bezit van Eslhland en Lijfland, waarin zich ook de iJwssewmeng-
den welke zich aan die zijde zochten uit te breiden. Reeds
Karel IX was bij dien strijd in het voordeel geweest, en Gus-
taaf Adoh^ zette de veroveringen zijns vaders met zooveel be-
leid voort, dat in het jaar 1629 de geheele oostelijke kust van
de Balliiche Zee, tot aan Koerland, en zelfs eenige steden in het
meer westelijk gelegen Poolsch-Prvissen (IDeel, bl. 222) aan.Z«;e-
den onderworpen waren.
In het Koningrijk Polen bleef, zoo als vroeger reeds gezegd is,
de gebrekkige staatsregeling eene voortdurende bron van inwen-
dige onlusten. De Koning had slechts eene zeer beperkte magt,
daar de adel langzamerhand het geheele gezag aan zich had ge-
trokken , en , hetzij in persoon, hetzij door afgevaardigden, in
algemeene vergaderingen , Landdagen genoemd, omtrent alle aan-
gelegenheden van het ryk besliste. Daar in deze Landdagen ook
de Koning verkozen werd, was het natuurlijk voor de edelen niet
moeijelijk, iederen nieuw benoemden vorst vóór zijne huldiging
de voorwaarden voor te schrijven, op welke zy hem de kroon
aanboden, en zoodoende hun gezag meer en meer uit te breiden.
Toen het stamhuis der Jagellonen in 1572 was uitgestorven,
had men den Hertog van Anjou, later Koning Hendrik III van
Frankrijk, tot Koning verkozen (bl. 50). Deze verliet het rijk
evenwel terstond na den dood van zijnen broeder Karel IX, om
den Franschen troon te beklimmen (1574). Hij werd nu in Po-
len van de regering vervallen verklaard, en Stepiianus, Vorst
van Zevenbergen, tot zijn opvolger benoemd. Na diens overlijden
in 1586, verkoos men in het volgende jaar Sigismund Wasa ,
Kroonprins van Zweden, wiens troonsbeklimming de eerste aan-
leiding was tot den oorlog met laatstgenoemd ryk , waarvan hier-
boven gesproken is.
Rusland, welks grondgebied bij het einde der middeleeuwen
beperkt was tot de kleinste noordelijke helft van het tegenwoor-
dige Europeesche Rusland, met uitzondering van de kusten langs
de Oostzee, die door de Zweden , de Polen, en de Zwaardridders
bezet waren, breidde zich in de 16de eeuw aanmerkelijk uit.