Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-63
werd toegestaan (1609). De oneenigheid tusschen Rudolf en
Matthias bleef echter nog voortduren, en eindelijk werd de
eerste gedwongen ook de kroon van Bohemen aan zynen broeder
af te staan (1611), zoodat hem niets meer dan de keizerlijke
waardigheid overbleef. Hij stierf in het begin van het volgende
jaar, waarop Matthias in zijne plaats tot Keizer van Duitschland
werd gekozen (1612).
De zevenjarige regering van dezen vorst was van weinig be-
teekenis. Wel trachtte hij den vrede tusschen de vijandige partijen
te bewaren , maar door zijne halve maatregelen voldeed hij noch
de eene noch de andere. Daar hij kinderloos was, nam hij zijnen
neef Ferdinand van Stiermarken tot zoon aan, en wist te be-
werken , dat deze tot zijn opvolger in Bohemen en Hongarije be-
noemd werd. Nog voor zijnen dood (Mei 1619) braken er in eerst-
genoemde rijken onlusten uit, die de aanleiding waren tot eenen
oorlog , welke dertig jaren duurde. Zijn neef Ferdinand volgde
hem in de Oostenrijksche erflanden, in de Koningrijken Bo-
hemen en Ihngarije, en als keizer van Duitschland op.
§ 23. Engeland onder Elizabeth. l)e Anglikaansche Kerk.
Maria Stuart.
De regering van Elizabeth (1558—1603) was een der merk-
waardigste tijdperken in de geschiedenis van Engeland. Haar
krachtig en verstandig bestuur legde den grondslag tot de latere
grootheid van het rijk en tot den bloei van handel , nijverheid,
landbouw en scheepvaart, terwyl z'y tegelijkertijd kunsten en we-
tenschappen bevorderde. Bijgestaan door voortreffelijke ministers
voerde zij het bewind, wel is waar dikwijls met strengheid en
willekeur, maar doorgaans regtvaardig , hoewel hare onverdraag-
zaamheid in het godsdienstige, hare vervolgingen van andersden-
kenden , en de geheel eigendunkelijke wyze, waarop zij eene nieuwe
kerkregeling in haar ryk invoerde, ongunstig tegen hare groote
eigenschappen afstaken.
Even als nagenoeg alles , wat in dien tijd in Europa voorviel,
met de groote beweging op kerkelijk gebied in verband stond,
zoo was dit ook in Engeland het geval, en het is daarom van
belang, zich in groote trekken bekend te maken met hetgeen in
dit opzigt daar te lande plaats had.
Zoo als vroeger gezegd is, had haar vader Hendrik VHI de
Engelsche Kerk aan de heerschappij van den Paus onttrokken,