Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Deze noodlottige boerenkrijg vermeerderde den godsdiensthaat
en de tweedragt tusschen de Hervormden en de Katholijken, en
de aanhangers der verschillende partijen begonnen zich allengs
ieder van hunne zijde naauwer aaneen te sluiten.
De Keizer die omtrent dezen tijd in den tweeden oorlog met
Frankrijk werd gewikkeld (bl. 2i), was daardoor verhinderd, zijn
plan om de Hervorming met geweld te onderdrukken, ten uit-
voer te brengen, terwijl hij daarenboven de vorsten en rijkssteden,
die haar toegedaan waren, niet tegen zich in het harnas wilde
jagen, omdat hij hunne hulp noodig had tegen de Turken.
Een groot gevaar bedreigde namelijk van die zijde het Duit-
sche rijk en geheel Europa. In het jaar 1520 was de troon van
Turkije beklommen door Sc liman den Groote, den kleinzoon van
Bajasid II (I. deel bl. 221), een ondernemend vorst, die zijne
wapenen weldra weder tegen het Christelijk Europa rigtte. Na
in het jaar 1521 üehjrado te hebben veroverd, drong hij eenige
jaren later verder in llom/arije door, en leverde den jeugdigen
en onbedreven Koning Lodewijk II, die Ladislaus II (I. deel ,
bl. 222) in Bohemen en Hongarije was opgevolgd, in 1526 slag
bij Mo/iacz, waarin het Hongaarse/ie leger volkomen geslagen
werd, en Koning Lodewijk sneuvelde.
Een deel der Hongaren verkoos nu Johan Zapolya , den dap-
peren Woiwode van Zevenbergen, tot Koning; doch de kroon
werd hem betwist door Ferdinand van Oostenrijk, den broeder
van Keizer Karel V, die reeds terstond na Lodewijk's dood
tot Koning van Bohemen was benoemd, en wien nu door het
overige gedeelte der Hongaarsche natie de regering werd aange-
boden. Zapolya , zich niet kunnende staande houden tegen Fer-
dinand , die door Duitsche troepen werd ondersteund, verbond
zich met Soliman , die in 1529 Hongarije veroverde, met een
talrijk leger de Oostenryksche grenzen overtrok, en het beleg
sloeg voor Weenen, dat evenwel hardnekkig verdedigd werd,
zoodat hij de belegering na eenige weken moest opbreken, en
na groote verwoestingen te hebben aangerigt, naar Turkije terug-
keerde.
Hoezeer de Keizer door dit alles, zooals boven gezegd is ver-
hinderd werd, tot openl'yke vyandelijkheden tegen de Hervormden
over te gaan, ondervonden zij desniettemin voortdurend grooten
tegenstand bij den Ryksdag.
In het voorjaar van 1529 werd door dezen een besluit uitge-
vaardigd, waarbij alle verdere nieuwigheden in de godsdienst tot
op de bijeenroeping van eene algemeene kerkvergadering verboden