Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-268
de Paus Eere-voorzitter zou zijn; Lombardije zou aan Keizer Na-
poleon , en door dezen aan Victor Emanuel worden afgestaan;
Venetië zou aan Oostenrijk blijven, doch een deel uitmaken van
het Italiaansche Verbond; verder zouden de Groothertog van Tos-
cane en de Hertog van Modena in hunne staten terugkeeren. Om-
trent Parma en de Romagna werd niets bepaald, alleen zouden
de beide Keizers den Paus uitnoodigen, eenige noodzakelijke her-
vormingen in zijne staten in te voeren. De vijandelijkheden wer-
den nu geschorst, en kort daarna te Zurich de vredesonderhan-
delingen geopend.
Nog voordat deze tot eene beslissing hadden geleid, verklaarden
Toscane, Modem en Parma de regerende stamhuizen vervallen van
den troon, en werd eveneens in de Romagna de Paus van zijn
wereldlijk gezag vervallen verklaard; tevens sprak de bevolking in
al die landen den wensch uit, om met het Koningrijk Sardinië'te
worden vereenigd. Toen Victor Emanuel dit vooralsnog uit
staatkundige redenen weigerde, sloten de genoemde Midden-Ita-
liaansche staten een onderling verbond, en stelden voorloopige re-
geringen aan, die alle besluiten in naam van Koning Victor
Emanuel uitvaardigden.
In November 1859 kwam de vrede tusschen Oostenrijk aan den
den eene, en Frankrijk en Sardinië aan den andere kant tot stand.
Het laatstgenoemde rijk verkreeg daarbij, zoo als reeds te Villa-
franca bepaald was, geheel Lombardije, tot aan den Mincio , be-
halve de vestingen Mantua en Peschiera.
Omtrent de Hertogdommen en de Romagrta was inmiddels nog
geen afdoend besluit genomen; doch het werd meer en meer dui-
delijk , dat de aanhechting aan Sardinië onvermijdelijk was. In
het voorjaar van 1860 werd besloten , de bevolking zelve uitspraak
te laten doen, en door eene algemeene stemming over hare toe-
komst te laten beslissen. Dit geschiedde, en nagenoeg met een-
parige stemmen, verklaarde men zich voor de vereeniging met
Sardinië. Toen alzoo tot de aanzienlijke vergrooting van dit rijk
besloten was, verkondigde Keizer Napoleon , dat de veiligheid van
Frankrijk vorderde, dat het in het zuidoosten tot aan zyne natuur-
lijke grenzen, de Alpen, wierd uitgebreid, en eischte hij der-
halve van Victor Emanuel, dat hij Savoije en Mssa zou afstaan,
waarin deze bij een verdrag van den 24sten Maart 1860 toestemde.
Deze beide gewesten werden nu door de Frawsc/jew bezet, en kort
daarna bij Frankrijk ingelijfd , terwijl Victor Emanuel ten zelfde
tijde bezit nam van de Hertogdommen en van de Romagna.