Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-266
§ 34. Oorlog in Italië in 1859. Inlijving van de Itali-
aansche Hertogdommen en de Romagna hij Sardinië,
en van Savoije en Nizza hij Frankrijk.
Ongeveer drie jaren bleef de vrede in Europa ongestoord, tot-
dat in 1859 een oorlog tusschen Sardinië en Frankrijk aan de
eene, en Oostenrijk aan de andere zijde uitbarstte. Deze oorlog
stond in verband met den vroeger beschreven toestand van Italië,
waar, zooals gezegd is, de invloed van Oostenrijk, tengevolge der
gebeurtenissen in 1849, weder zeer was toegenomen, hetgeen oor-
zaak was, dat de invoering van meer vrijzinnige regeringsbeginse-
len in de onderscheidene staten werd tegengehouden. Het voor-
beeld van Sardinië, de eenige Italiaansche staat, waar eene libe-
rale constitutie en vele daarmede gepaard gaande verbeteringen
ingevoerd waren, deed natuurlijk elders de ontevredenheid met
den bestaanden regeringsvorm toenemen, en verwekte vooral in
het naburig Lomhardije eene groote spanning. Oostenrijk was
daardoor, om het gewest in bedwang te houden, genoodzaakt
zijne strijdkrachten voortdurend te versterken , hetgeen Victor
Emanuel , die buitendien veroveringzuchtige plannen koesterde en
zijn gebied in Italië wenschte te vergrooten, aanleiding gaf om
ook van zijne zijde belangryke krijgstoerustingen te maken. Bo-
vendien stroomden van alle oorden van Italië vrijwilligers naar
Sardinië, en vereenigden zich daar tot vrijkorpsen, terwijl einde-
lijk Garibaldi , de bekende verdediger van Eome, tot Generaal in
Sardinische dienst werd aangesteld. Er bleef nu den Keizer van
Oostenrijk geen twijfel meer over omtrent de vijandige voorne-
mens , die tegen hem gekoesterd werden, en toen eene poging
tot bemiddeling, door Engeland beproefd, mislukte, deed Frans
Jozef den 23sten April 1859 bepaaldelijk aan Victor Emanuel
afvragen, of hij zijn leger terstond pp voet van vrede wilde bren-
gen en de vrijkorpsen ontbinden, met bedreiging van tot de wa-
penen zijne toevlugt te zullen nemen, indien hierop binnen drie
dagen geen voldoend antwoord werd gegeven.
Ten gevolge hiervan brak de oorlog uit. Keizer Napoleon III,
die de zijde van Victor Émanuel koos, verklaarde, dat hij een
inval van de Oostenrijkers in Sardinië als eene oorlogsverklaring
aan Frankrijk zou aanmerken , en toen die inval drie dagen later
plaats had, verkondigde hij, dat hij de wapenen opvatte tot on-
dersteuning van Sardinië en tot vrijmaking van Italië, van de Alpen
tot de Adriatische Zee. Tegelijkertijd braken er omwentelingen uit