Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
1477 door Koning Lodewijk XI wederregtelijii aan Maria van
Bourgondië, de grootmoeder van Karel V, ontnomen en met
Frankrijk vereenigd was geworden (I. deel, bl. 214), terwijl Ka-
rel dat land als zijn wettig erfdeel beschouwde, waarop hij der-
halve zijne regten meende te moeten doen gelden. Eindelijk
weigerde hij Spaansch Navarre aan Jan d'Albret terug te ge-
ven (bl. 14), hetgeen door Frans I uitdrukkelijk verlangd werd.
Al deze verschillende redenen tot vijandschap deden reeds zeer
spoedig voorzien, dat de vrede tusschen de beide vorsten niet
lang bewaard zou blijven.
De tweede hoofdzaak, waarop, bij de beschouwing der regering
van Karel V, de aandacht gevestigd moet worden, is de Kerk-
hervorming , die niet alleen op den godsdienstigen, maar ook op
den staatkundigen toestand van Europa een grooten invloed had.
In het 1ste deel hebben wij gezien, hoe reeds in de 14de en
in het begin der 15de eeuw door Wicliffe en Huss leerstel-
lingen verkondigd werden, die met de heerschende kerkbegrip-
pen in strijd waren, terwijl zij tevens op eene hervorming in de
Kerk zelve aandrongen. Huss boette zijne stoutheid met den
dood (I. deel, bl. 210), doch zijne meeningen werden wijd en
zijd verbreid , en verscheidene geleerden , waaronder vooral Eras-
mus van Rotterdam (1467 tot 1536) genoemd moet worden, dron-
gen in hunne geschriften op het herstel van de misbruiken aan,
die naar hun oordeel in de Katholijke Kerk ingeslopen waren.
De krachtigste ijveraar evenwel was Maarten Luther, die
tot de geestelijke orde der Augustijnen behoorde, en in het jaar
1508 door den Keurvorst van Saksen, Frederik den Wijze, tot
hoogleeraar aan de universiteit te Wittenberg was aangesteld. Hij
trad in het jaar 1517 openlijk op tegen een Dominicaner monnik,
Johan Tetzel genaamd, die op last van den Aartsbisschop van
Maagdenburg, zoogenaamde aflaatbrieven, waarbij vergeving van
zonden beloofd werd, aan het volk verkocht. Tegen dezen han-
del verzette zich Luther, en deed in het voornoemde jaar 1517
aan de kerk te Wittenberg eenige stellingen tegen den aflaat aan-
plakken, terwijl hij ieder geleerde uitnoodigde, die in een open-
lijken redetwist te komen bestrijden.
Deze zaak, die aanvankelijk van weinig beteekenis scheen, had
van lieverlede de gewigtigste gevolgen. De gevoelens van Luther
werden zeer .spoedig algemeen verbreid, en vonden een groot
aantal aanhangers, en ook hevige bestrijders. Te vergeefs eischte
de geestelijkheid, dat hij zyne stellingen zou herroepen, en op
zijne standvastige weigering, deed de Paus hem in 1520 in den