Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-256
gesteld, het voorloopig bewind aan eenen Rijksbestuurder op te
dragen, waartoe de Aartshertog Johan van Oostenrijk, de oom
van Keizer Ferdinand I, die algemeen geacht en bemind was,
verkozen werd. Deze aanvaardde den 12den Julij het bewind,
hetgeen de ontbinding van den Bondsdag, .die tot hiertoe de al-
gemeene aangelegenheden had geleid, ten gevolge had.
Eindelijk, na eene reeks van deels zeer onstuimige, deels zeer
langdradige zittingen, kwam in Maart 1849 de Rijks-constitutie
tot stand , waarbij, onder anderen, bepaald werd, dat de waardig-
heid van erfelijk Keizer der Duitschers aan een der regerende
vorsten zou worden opgedragen. Den 28sten Maart werd daartoe
de Koning van Pruissen verkozen, die evenwel de hem aangebo-
dene Keizerskroon afwees. Eenige maanden te voren had hij de
Pruissische Nationeitfe Vergadering te Berlijn, aan wie de vervaar-
diging eener constitutie voor het Koningrijk Pruissen was opgedra-
gen (bl. 254), en die door hare verwarde en hartstogtelijke be-
raadslagingen eene voortdurende gisting onder het volk onderhield,
zonder daarbij iets degelijks tot stand te brengen, ontbonden en
daarna zelf eene constitutie aan zijne onderdanen verleend.
Het was er intusschen verre van af, dat de Rijks-constitutie,
door het Frankforter Parlement vastgesteld, in alle staten van
Duitschland werd aangenomen. Wel drong het volk er overal
op aan; doch de vorsten der voornaamste rijken, als Oostenrijk,
Pruissen, Hannover, Saksen , Beijeren, Wurtemberg , Baden enz.
erkenden haar niet, of verlangden ten minste eenige wijzigingen.
Dit gaf aanleiding tot dreigende volksbewegingen: in Dresden
brak een hevig oproer uit (Mei 1849), dat na een bloedigen strijd
van verscheidene dagen door de Saksische en Pruissische troepen
gedempt werd. Eijn-Beijeren (een gedeelte van de vroegere Palts)
(bl. 62) en Baden kwamen in volslagen opstand.
Door dit alles werd het Duitsche Parlement, dat reeds lang door
de tweedragt der partijen verscheurd en magteloos was geworden,
in een onhoudbaren toestand gebragt; het moest öf van de in-
voering der Rijks-constitutie afzien, óf zich aan de revolutionairen
aansluiten. De gematigde leden, van onwettige maatregelen af-
keerig , namen nu hun ontslag, en daarmede kon de vergadering
als ontbonden beschouwd worden. De overgeblevenen, hetiJo»??;)-
parlement genoemd {vergelijk bl. 96), vergaderden eerst te Stutt-
gart, en toen zij gewapenderhand van daar verdreven werden, begaf
zich het grootste gedeelte naar Baden en Bijn-Beijeren, om zich
met de opstandelingen te vereenigen. Intusschen had de Groot-
hertog van Baden, die de wyk had moeten nemen naar den Elzas