Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-247
§ il. FrmiHj'ijk onder Lodewijk Philips. De Februarij-
omwenteling.
De regering' van Lodewijk Philips (1830—1848) werd geken-
merkt door een voortdurenden strijd der partijen. Zoowel de
aanhangers van den verdreven tak der Bourbons [de legitimisten)
als de Republikeinen en de Bonapartisten, waren het nieuwe be-
stuur vijandig, en belemmerden het op allerlei wijzen. Om zich
staande te houden, zocht Lodewijk Philips voornamelijk zijn
steun bij den gegoeden burgerstand, en trachtte tusschen de ver-
schillende staatkundige partijen zooveel mogelijk het juiste midden
te houden. Eene nieuwe kieswet, die in 1831 werd aangenomen,
bevatte zoodanige bepalingen, dat het regt om volksvertegenwoor-
digers te kiezen, voornamelijk aan de gegoede burgerklasse gege-
ven werd, zoodat de Kamer der Afgevaardigden dan ook lang-
zamerhand voor het grootste gedeelte uit rijke grondbezitters,
fabrijkanten, bankiers en kooplieden werd zamengesteld.
Ten opzigte van het buitenland volgde Lodewijk Philips eene
dergelijke staatkunde; door zich nergens met kracht aan te slui-
ten, zocht hij meest door onderhandelingen den vrede te bewaren.
Te vergeefs wensch te een groot gedeelte der natie, dat Frankrijk
zich als eene groote liberale mogendheid in Europa zou doen gel-
den, dat het in Polen (bl. 236), in Italië (bl. 238) enz. zou tus-
schenbeide komen; de Koning vermeed zooveel mogelijk alles wat
Frankrijk in een oorlog zou kunnen wikkelen. Wel is waar bleef
zoodoende de vrede vele jaren behouden, doch de invloed van
Rusland en Oostenrijk op de Europeesche aangelegenheden nam
daardoor in dezelfde mate toe, als die van Frankrijk verzwakte.
Alleen ten opzigte van België gaf hij aan het verlangen der libe-
rale partij gehoor, door in 1831 eeji Fransch leger over de grenzen
te zenden, dat den Prins van Oranje in zijne overwinningen stuitte
(bl. 236), en daarna de citadel van Antwerpen veroverde (1832).
Om aan den krijgszuchtigen geest van het Fransche volk te
voldoen, en tevens het leger bezigheid te verschaffen, besloot hij
de verovering van Algerië, welks hoofdstad Algiers reeds in 1830
was bemagtigd (bl. 235), te voltooijen. Dit gelukte eer.st na een
oorlog van verscheidene jaren, daar de strijdhaftige Arabieren en
Kabylen (de oorspronkelijke bewoners van het land) een uitste-
kenden aanvoerder vonden in den Emir Abd•El-Kader, die de
geestdrift zijner geloofsgenooten, welke hem als een afstammeling
van Mahomed en als een heilige vereerden, wist op te wekken^