Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-246
derloos waren. Bij hun overlijden zou dus de vrouwelijke lijn aan
het bewind komen, doch de bepaling, welke erfgenaam in de vrou-
welijke lijn het naaste regt tot opvolging had, was niet dezelfde
in Denemarken als in de Hertogdommen, en het liet zich dus
voorzien, dat de beide deelen van het rijk niet meer onder éénen
vorst zouden vereenigd blijven. Het Deensche volk wilde deze ver-
brokkeling niet, terwijl de Hertogdommen , wier bevolking voor
verre het grootste gedeelte uit Duitsciters bestond, zeer voor de
afscheiding van Denemarken gestemd waren. De zaak werd nog
ingewikkelder, doordien er eene oude verordening uit de middel-
eeuwen bestond , volgens welke Sleesivijk , dat niet tot het Duitsche
Verbond behoorde, nooit van Holstein mogt gescheiden worden.
Te midden van den strijd der meeningen, die hierover ontstond,
en waarbij de Duitsche natie over het algemeen zeer voor de reg-
ten der Hertogdommen ijverde, verklaarde Christiaan VHI in
1846, dat de in Denemarken bestaande erfopvolging ook in de
Hertogdommen geldende was. Hiertegen leverden de Stenden van
Holstein een protest in, en wendden zich tot de Duitsche Bonds-
vergadering, die wel is waar den Deenschen Koning het regt ont-
zegde om zoodanige bepaling te maken, maar buiten magte was,
zich met eenige kracht tegen hem te verzetten. De strijd der par-
tijen, die den nationalen haat tusschen de Denen en Duitschers
steeds vermeerderde, was nog geenszins beslist toen Christiaan VHI
in Januarij 1848 stierf, en door zijn zoon Frederik VII opge-
volgd werd.
Nederland bleef in dit tijdperk , te midden der woelingen, die
een groot gedeelte van Europa beroerden , eene ongestoorde bin-
nenlandsche rust genieten. In 1839 gaf Koning Willem I toe
aan den drang der omstandigheden, en erkende de onafhankelijk-
heid van het Koningrijk Bekjië. Met den wensch van een groot
gedeelte der natie naar eene meer vrijzinnige grondwet, waardoor
men ook eene verbetering zocht te verkrijgen in den slechten toe-
stand, waarin de finantiën van den staat zich bevonden, kon
hij zich niet wel vereenigen. De tegenstand, dien hij daardoor
ondervond, gevoegd bij den last van een hoog gevorderden leeftijd,
deden hem besluiten, afstand te doen van den troon aan zijnen
oudsten zoon, den Prins van Oranje (bl. 224), die in 1840 als Wil-
lem II de regering aanvaardde, en onder wiens bestuur in 1844
de verbetering van het fmantiewezen en in 1848 de vrijzinnige
herziening der grondwet tot stand kwamen.