Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-245
de regering groote zorg, en gaf meermalen aanleiding tot hevige
opschuddingen, te meer daar zich eene uitgebreide vereeniging
had gevormd, die den maatschappelijken toestand door eene be-
langrijke wijziging van den regeringsvorm wilde verbeteren, en
daartoe eene nieuwe grondwet, of Charter had ontworpen, naar het-
welk hare leden den naam van Chartisten ontvingen. Door beteu-
geling der ongeregeldheden en gedeeltelijke bevrediging der billijke
volkswenschen, wist evenwel de regering de rust te handhaven,
en al te groole en plotselinge omwentelingen in de bestaande orde
van zaken te keer te gaan, terwijl de bloei van den handel, en
daardoor de binnenlandsche welvaart van den middelstand, door
verstandige wetten werd bevorderd.
Met hel buitenland bleef Engeland in het tijdvak van 1815 tot
1848 in vrede, met uitzondering van de expeditie tegen Algiers,
die in 1816 in vereeniging met de Nederlandsche zeemagt werd
ondernomen, om den Dey door het bombarderen zijner hoofdstad
voor het plegen van onophoudelijken zeeroof te tuchtigen en tol
de teruggave der gevangenen Christenslaven te dwingen. Even-
eens werd een oorlog legen China (1839—1842) tot bescherming
der Britsche handelsbelangen door een voordeeligen vrede geëin-
digd.
In Zweden, Noorwegen en Denemarken hadden sedert de Fran-
sche revolutie van 1830 geene gebeurtenissen van algemeen be-
lang plaats. De beide eerste rijken bloeiden onder de uitmun-
tende regering van Beenadotte (bl. 213), die in 1818, als Ka-
rel XIV Jan , Koning Karel XIII was opgevolgd, en bij zijn
overlijden in 1844 de kroon aan zijnen zoon Oscar I naliet.
Frederik VI van Denemarken maakte zich eveneens door een
verstandig bestuur by zijne onderdanen bemind. Onder zynen neef
Christiaan VIII, die hem in 1839 opvolgde, begon er een geschil
te ontstaan over het regt van opvolging in Denemarken en in de
Hertogdommen Sleeswijk, Holstein en Lauenburg, welke beide laat-
sten een deel uitmaakten van het Duilsch Verbond. Het regt van
opvolging was verschillend voor het Koningrijk en voor de Her-
togdommen. In beide waren de mannelijke nakomelingen van de
regerende linie het eerst geregtigd tot de kroon , en zoolang dus
de Deensche koningen, zoo als tot nu toe het geval was geweest,
mannelijke erfgenamen hadden, die hen opvolgden, was er geene
reden tot bezwaar. Maar thans bestond hel vooruitzigl, dat
het regerend stamhuis in de mannelijke lijn zou uitsterven. Chris-
tiaan VIII had slechts één zoon en één broeder, die beiden kin-