Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-231
te maken. In 1828 deed hij zich door zijne partij tot Koning uit-
roepen , bragt de aanhangers van Koningin M.^ria met geweld
van wapenen tot onderwerping, vernietigde de constitutie en hield
zijn onbeperkt gezag door vreeselijke strafoefeningen zes jaren lang
staande.
In de koningrijken Napels en Sardinië namen de zaken nage-
noeg denzelfden loop als in Spanje en Portugal. Ook hier braken
in 1820 en 1821 opstanden uit, waardoor zoowel Koning Fer-
dinand I \bl. 223) als Victor Emanuel I (hl. 221) genoodzaakt
werden, hunne onderdanen eene constitutie te verleenen, terwijl
de laatste tegelijkertijd afstand deed van de regering aan zijnen
broeder Karel Felix. Naauwelijks echter waren deze verande-
ringen tot stand gekomen, of Metternich (bl. 229) wist Pruissen
en Rusland te winnen voor zijn plan om in Italië gewapender-
hand tusschenbeide te komen. Oostenrijksche troepen rukten nu
naar Napels en Piêmont, en herstelden bet onbeperkte koninklijk
gezag in beide rijken, waar weldra, door hevige vervolging van
de aanhangers der liberale partij, alle vroegere misbruiken terug-
keerden. In 1815 stierf Ferdinand I, en werd opgevolgd door
zijnen zoon Frans I, die in 1830 overleed en de kroon van Na-
pels aan Ferdinand II naliet.
§ 21. f)e Grieksche vrijheidsoorlog.
Sedert den ondergang van het Byzantijnsche Rijk in 1453 (I
Deel bl. 220) was de Griek.sche bevolking door de opvolgende
Sultans van Turkije steeds met hardheid behandeld. Veracht om
hunne godsdienst, werden zij door hunne Mahomedaansche be-
heerschers in staat van volslagen afhankelijkheid gehouden, die
een nadeeligen invloed op hun karakter en hunne beschaving uit-
oefende. In weerwil daarvan had eene onderdrukking van bijna
vier eeuwen de zucht naar vrijheid en onafhankelijkheid niet bij
hen uitgedoofd; doch de groote magt, waarover de Sultans, zoo-
wel in Europa als in Azië en Afrika, konden beschikken, maakte
elk verzet tegen de dwingelandij, waaraan zij ten prooi waren,
onmogelijk.
Intusschen geraakte het Turksche rijk, ten gevolge van de
slechte inrigting van het staatsbestuur, meer en meer in verval.
Verscheidene onderdeelen van het rijk, als Moldavië, Wallacliije
en Servië hadden zich , gedeeltelijk met medewerking van Rusland,
eene zekere mate van onafhankelijkheid weten te verwerven , en
werden niet veel meer dan schatpligtige landen. De magt van den
Sultan was bovendien in het begin der 19de eeuw zeer vermin-