Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-225
men, door een krijgsraad ten dood veroordeeld en den 18den
October 1815 doodgeschoten.
Men rekende nu de rust van Europa verzekerd. Op voorstel
van Keizer Alex.\nder vereenigden Keizer Frans I en Koning
Frederik Willem III zich in een zoogenaamd Heilig Verbond,
waarbij zij de verpligting op zich namen, hunne onderdanen va-
derlijk te regeren, vrede en godsdienst te handhaven, en elk-
ander bijstand en hulp te verleenen (Sept. 1815). Bijna alle
vorsten van Europa traden tot dit verbond toe.
§ 18. I)e Koloniën van het begin der Fransche omwente-
ling tot aan het jaar 1815.
De gebeurtenissen in Europa, en vooral de daardoor veroorzaakte
oorlogen sedert het uitbreken der Fransche omwenteling tot{hetjaar
1815, hadden natuurlijk grooten invloed op de koloniën der ver-
schillende mogendheden.
Engeland, in het bezit van eene aanzienlijke zeemagt en daar-
door meester van den oceaan, trok daarvan partij om zijne kolo-
niale magt door veroveringen uit te breiden. Nadat in 1793 de
oorlog met Frankrijk (bl. 184) en twee jaren later die met de
Vereenigde Nederlanden was uitgebroken , maakten de Engelschen
zich van de meeste Fransche en Nederlandsche koloniën meester,
die zij evenwel, met uitzondering van Ceylon, in het jaar 1802 bij
den vrede van Amiëns alle terug gaven. De Nederlandsche Oost-
Indische compagnie, was intusschen geheel vervallen en in 1800
ontbonden, terwijl hare bezittingen aan den Staat waren over-
gegaan.
Toen de oorlog in 1803 weder was uitgebroken, hervatten ook
de Engelschen hunne veroveringen. Achtereenvolgens vielen na-
genoeg alle Nederlandsche, Fransche en Deensche volkplantingen
in hunne handen ; doch bij het herstel van den vrede in 1815
gaven zij die terug , met uitzondering van de Nederlandsche ko-
loniën Benierary, Essequebo, Berbice, de Kaap de Goede Hoop,
Ceylon en Cochin, op de kust van Malabar, waarvoor zij de tin-
rijke eilanden Banka en Billilon in ruiling afstonden, en van het
eiland Isle de France, dat Frankrijk hun liet behouden.
Gedurende hetzelfde tijdvak breidden zij hunne raagt in Voor-
lndië tot aan gene zijde van den Ganges uil, en onderwierpen,
hoewel niet dan na hevigen strijd, verscheidene inlandsche vorsten
op dal schiereiland aan hun gezag.
Van veel gewigt voor de West-Indische koloniën was het, dat
II. 15