Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-212
afzien, en zich voor het einde van 1809 weder inscheepten.
Meer en meer bleek het intusschen , dat Napoleon het plan
had gevormd, Holland by zijn rijk te voegen. Hij overlaadde
zijn broeder met verwijtingen, dat hij de belangen van zyne on-
derdanen aan die van Frankrijk voortrok, dat hij den vijandelij-
ken inval niet met genoeg kracht had weêrstaan, dat hij het
continentaal-stelsel niet handhaafde, en in het geheim den sluik-
handel met Engeland begunstigde. In Maart 1810 nam hij hem
eigendunkelijk een gedeelte van zyne zuidelijke provinciën af, en
dwong hem eindelijk, door herhaalde vernederingen tot het neder-
leggen van de kroon. Het Koningrijk Holland werd nu bij Frank-
rijk ingelijfd (9 Julij 1810), en ging in volslagen afhankelykheid
een tijdperk van diepe ellende te gernoet.
Kort daarna werd het grootste gedeelte van Hannover, dat nog
steeds met Fransche troepen was bezet, met het gebied der vrije
steden Bremen, Hamburg en LuLek en het Hertogdom Oldenburg ,
hetwelk op wederregtelijke wijze in bezit genomen was, veree-
nigd , en bij het Fransche keizerrijk gevoegd (Dec. 1810) , dat nu
tot zijne grootste uitgebreidheid gekomen was.
§ 13. Toestand van Europa len tijde van de hoogste magt
van Napoleon.
In 1811 stond Napoleon op het toppunt zyner magt, en den
20sten Maart van dat jaar werd hem een zoon geboren, die den
titel van Koning van Rome verkreeg, en het voortduren van zijne
dynastie scheen te verzekeren.
Het Fransche Keizerrijk, waarover hij onbeperkt heerschte,
breidde zich, behalve over het grondgebied van het tegenwoor-
dige Frankrijk , zuidwaarts uit over het noordwestelyk gedeelte
van Balie, het vroegere Piè'mont, Genua, Parma, Toscane en dat
gedeelte van den Kerkelijken Slaat, hetwelk ten Westen der Ap-
pennijnen ligt. In het oosten was de Bijn de grens, tot bij Wezel.
In het noorden bevatte het het tegenwoordige België, Nederland,
en het noordwesten van Buitschland en grensde bij Lubek aan
de Oost-Zee. Verder behoorden de Hlyrische provinciën en de lotii-
sche eilanden, die Rusland (bl. 194) in 1807 had afgestaan, tot
het Fransche rijk.
Bovendien regeerde Napoleon over het Koningrijk Italië, en
had hij een krachtigen invloed op het Rijn-verbond, waartoe be-
halve Pruissen en Oostenrijk, geheel Duitschland en het Hertog-
dom Warschau behoorden , op de Helvetische Republiek, op Napels,