Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-199
lijk zich op den duur te voegen naar de buitenlandsche staat-
kunde van Frankrijk, die uit eene reeks van inbreuken op het
regt der volken bestond, maar de magt van den Franschen Kei-
zer was tot zulk eene hoogte geklomm.en, dat daaruit een steeds
dreigend gevaar voor Europa ontstond. Bovendien bleek het len
duidelijkste, dat zijne onverzadelijke heerschzucht steeds op ver-
meerdering van zijn gezag bedacht was. In Maart 1805 namelijk,
'iet hij zich door afgevaardigden der Cisalpijnsclie, of zoo als zij
sedert 1802 genoemd werd , der llaliaanscke republiek den titel
van Koning van Ilalië aanbieden , en begaf zich kort daarop naar
Milaan, waar hij zich in de hoofdkerk de ijzeren kroon , waar-
mede in vroegere eeuwen de Keizers van Duilschland tot Konin-
gen^van Lomhardije gekroond werden , op het hoofd plaatste (Mei
1805). Eenigen tijd later werd de Ligurische Itepubliek (het vroe-
gere Genua (bl. 190)), Parma, Piacenza en Gaastalla bij Frank-
rijk ingelijfd. Alkxander I van Rusland sloot nu na lang aar-
zelen een verdrag met George lll van Engeland. Gustaaf IV
Adolf van Zweden, een hoogst onbekwaam vorst, die even als
zijn vader (bl. 182) een hartstogtelijken haat tegen de Fransche
omwenteling en tegen Keizer Napoleon koesterde, doch door
zijne besluiteloosheid en grilligheid niet in staat was eenig de-
gelijk ontwerp te vormen en uit te voeren, trad insgelijks tot
het verbond toe. Evenzoo voegde zich ook de Keizer van Oos-
tenrijk bij de coalitie; doch Frederik Willem III van Pruissen,
die eene weifelende en besluitelooze staatkunde volgde, welke
hem later allernoodlottigst werd, hoopte den vrede te kunnen
bewaren , en verklaarde onzijdig te willen blijven.
Naauwelijks was Napoleon van het sluiten der coalitie en van
de krijgstoerustingen van Itusland verwittigd, of hij besloot zon-
der dralen tot de meest doortastende maatregelen. De troepen,
die hij ten bedrage van 160,000 man aan de kusten van het
Kanaal, vooral in het kamp bij Boulogne, lot een inval in Enge-
land had bijeengebragt, ontvingen plotseling bevel, met versnelde
marschen naar den Rijn te rukken (Aug. 1805). Daden, Wur-
temberg en Deijeren kozen zyne zijde, en vereenigden hunne krijgs-
magt met het Fransche leger, en nu trok Napoleon met groote
snelheid tegen het Oostenrijksche leger op, dat Deijeren was bin-
nengerukt, en bij l//m had post gevat, om een Russisch leger,
hetwelk in aantogt was, af te wachten. De maatregelen van den
Keizer waren met zulk een uitstekend veldheerstalent genomen,
dat de vijand, na in onderscheidene gevechten geslagen te zijn,
met de hoofdmagt van zijn leger binnen Ulm gedrongen, geheel