Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-135
La Hogue (1692), waar de Fransche vloot eene volkomen neder-
laag leed, en Lodewijk XIV de heerschappij ter zee verloor, die
van toen af aan de Engelschen toebehoorde.
De Spaansche Nederlanden waren het gewigtigste oorlogstoo-
neel; drie veldslagen, bij Fleurus (1690), bij Steenkerken (1692)
en bij Neerwinden en Landen (1693), werden hier door de Fran-
schen, onder den Hertog van Luxemburg ge-vfonnm, doch in weer-
wil daarvan wist Willem III met zooveel beleid den oorlog te
voeren, dat de vijand van zijne overwinningen weinig of geen
voordeel kon trekken. Merkwaardig was ook deze oorlog daar-
door, dat de twee grootste vestingbouwkundigen van hunnen tijd,
Vauban aan de zijde der Franschen, en Coeiioorn aan de zijde
der Nederlanders, de voornaamste belegeringen bestuurden.
Aan den Rijn werd de krijg op eene gruwelijke wijze door
de Franschen gevoerd, daar zij weder, even als vroeger, door
barbaarsche verwoestingen , en door het uitplunderen en verbran-
den van eene menigte welvarende steden en dorpen, de Duitsehe
grenslanden in woestenijen herschiepen. Ook in dezen oorlog be-
toonden de Duilschers weinig veerkracht; voortdurende oneenig-
heden, onderlinge twisten, naijver tusschen de vorsten en de
krijgsbevelhebbers, stonden eene behoorlijke zamenwerking in
den weg, en waren oorzaak, dat de Franschen nagenoeg overal
in het voordeel bleven. De hevigste binnenlandsche verdeeldheid
in het Duitsehe rijk brak in het jaar 1692 uit, toen de Keizer
op eigen gezag, en tegen het gevoelen der meeste rijksvorsten,
de Keurvorstelijke waardigheid verleende aan den Hertog Ernst
August van Brunsivijk-Lunenburg, die aan het Rijk gewigtige
diensten had bewezen in den oorlog tegen de Turken. Deze be-
noeming , waardoor een negende Keurvorstendom, dat van Han-
nover, in het leven geroepen werd, verwekte zulk eene hevige
tweespalt, dat te midden van den strijd met Frankrijk een bin-
nenlandsche oorlog op het punt was van uit te breken. Behalve
deze verdeeldheid, was de oorlog, welke de Oostenrijkers te zelf-
der tijd tegen de Turken hadden te voeren, eene groote belem.
mering tegen het krachtig optreden aan den Rijn.
Ook in Italië waren de Franschen in het voordeel; de Paus
(bl. 130) verzoende zich reeds in 1693 met Lodewijk XIV; de
Hertog van Savoije trad insgelijks al zeer spoedig in geheime on-
derhandeling , en sloot in 1696 een vrede, waarbij hij alles te-
rugkreeg , wat hij gedurende den oorlog verloren had, terwijl
hij zelfs kort daarop de zijde van Frankrijk koos.
Eindelijk begon men algemeen naar den vrede te verlangen: