Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
■wijls van evenveel, of zelfs van meer gewigt werden dan de land-
magt. Vooral konden de schatten , die uit de koloniën naar het
moederland vloeiden, Lij een doeltreffend en verstandig beheer
ontzaggelijk veel toebrengen tot de welvaart en hel aanzien van
de staten, aan welke die koloniën behoorden.
Even voordeelig intussclien als de volkplantingen voor een staat
konden worden wanneer zij met wijs overleg bestuurd werden ,
zoo nadeelig werkten zij in het tegenovergestelde geval. Dit laatste
nu had in Spanje plaats. Door onverstandige maatregelen van de
regering werd de handel belet zich krachtig te ontwikkelen; eene
menigte fortuinzoekers, die alleen op hoop van spoedig schatten te
verwerven, naar ylwjertA'a trokken, plunderden de rijke landstreken
uit, rigtten de bevolking door zwaren arbeid te gronde, en be-
letten zoodoende, dal zich daar eene geregelde, arbeidzame
maatschappij vormde, die op den duur tot eene bron van wel-
vaart voor het moederland kon worderD^ De deels zeer overdre-
ven berigten van de gemakkelijke wijze , waarop men in die verre
gewesten tot rijkdom geraken kon , lokten duizenden derwaarts,
hetgeen allernadeeligst werkte op de nijverheid, den landbouw
en de mijnontginning in Spanje zelf. Daarenboven was de om-
standigheid, dat de regering jaarlijks een grooten toevoer van goud,
zilver en edelgesteenten uit de koloniën ontving, allernoodlottigst
voor de vrijheid van het volk, daar de koningen hierdoor meer
en meer eigendunkelijk konden regeren, terwijl zij vroeger tot
het bekomen der noodige gelden vaak de toestemming van de
Cortes (de vergadering van de vertegenwoordigers der natie) be-
hoefden. Met het toenemen van het onbeperkte gezag der vorsten
en het vernietigen van de volksvrijheid, verdween ook langzamer-
hand de innerlijke kracht der natie, en zoo werd, bij een slecht
bestuur, het bezit van de rijkste en uitgestrektste koloniën der
wereld in het vervolg van tijd eene der redenen van het toene-
mend verval van de Spaansche monarchie.
Allertreurigst was het lot der Indianen: overgeleverd aau de
willekeur der Spaansche volkplanters, werden zij onder de wreedste
mishandelingen tot don zwaarsten arbeid gedwongen. Honderd-
duizenden bezweken bij het bewerken der goud- en zilvermijnen
en der uitgestrekte velden. Wel trachtten enkele menschenvrien-
den, vooral geestel'yken, en onder dezen de edele Bartholo-
meus de Las Casas , het lot der ongelukkigen te verzachten,
maar de onleschbare gouddorst der Spanjaarden verijdelde nage-
noeg al hunne pogingen. Daarop deed Las Casas den voorslag
om den harden arbeid te doen verrigten door negers, wier krach-