Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-126
in bezit; ja zelfs ging de willekeur van den trotschen monarch
zoover, dat hij Aahl en eenige andere plaatsen in Vlaanderen
opeischte, onder voorwendsel, dat men vergeten had, die bij het
vredesverdrag van Nijmegen aan hem af te slaan.
Europa was magleloos tegenover den Franschen Koning, die
meer dan honderd duizend man onder de wapens hield, en eene
sterke oorlogsvloot bezat, terwijl de andere mogendheden hare
strijdkrachten aanzienlijk hadden verminderd. Spanje was uit-
geput; K.\rel II van Engeland ontving voortdurend groote geld-
sommen van Lodewijk XIV, en was daardoor geheel aan de
belangen van Frankrijk verkocht. De Keurvorst van Brandenburg
was misnoegd op zyne vroegere bondgenooten, en vooral op de
Vereenigde Nederlanden, omdat zij, door het sluiten van een af-
zonderlijken vrede, hem aan zijn lot hadden overgelaten, en hem
daardoor hadden gedwongen, hoogst nadeelige vredesvoorwaarden
van Lodewijk XIV aan te nemen. Het Duitsche rijk was door
de weinige zamenwerking der vorsten en door het gevaar, dat
van de zijde van Turkije dreigde (bl. 128), buiten staat om zijne
regten ki achtdadig te verdedigen, en in de Nederlanden werkte
eene magtige partij de pogingen van Willem III tegen, omdat
zij vreesde, dat die vorst, die in 1674 benoemd was tot Erfelijk
Stadhouder, Kapitein- en Admiraal-Generaal van Holland, Zeeland
Utrecht, Overijssel en Gelderland, en tot Erf-Kapitein en Admi-
raal van de Unie, tot uitgebreider gezag in de Republiek zou
trachten te geraken.
Willem III was eigenlyk de eenige vorst, die aan een juist
inzigt in de plannen van Lodewijk XIV, den vasten wil paar-
de om de vrijheid van Europa tegen diens heerschzucht te ver-
dedigen. Door langdurige onderhandelingen bewerkte hij in 1683
het sluiten van een verdrag tusschen de Republiek, Ziveden, Spanje
en den Keizer; maar men ging niet lot handelen over. De
Algemeene Stalen, die den vrede wenschten te bewaren, werkten
den Prins tegen, en bragten eindelijk eene overeenkomst tot
stand tusschen Frankrijk, den Keizer en den Koning van Spanje,
waarbij een wapenstilstand voor den tijd van 20 jaren word vast-
gesteld, terwijl aan Lodewijk XIV alles werd afgestaan, wat
hij zich wederregtelijk had toegeëigend (1684).