Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-125
tot het aannemen -van bilhjke voorwaarden. Zoo kwam in 1678
de vrede te Nijmegen tusschen Frankrijk en de Republiek tot
stand, waarbij de laatste alles behield, wat zij voor het begin
van den oorlog bezeten had.
Nog in hetzelfde jaar en in het begin van het volgende, sloten
ook de overige mogendheden vrede; Spanje verloor daarby Franche
Comté, dat bij Frankrijk werd ingelyfd , en verscheidene gewig-
tige grenssteden in de Spaansche Nederlanden. In den toestand
der overige staten kwam weinig of geene verandering, zoodat
Lodewijk XIV eigenlijk de eenige was, die van den onregtvaar-
digen oorlog aanzienlijke voordeelen trok. Door zijn uitmuntend
leger had hij zijne veroveringen verkregen, en door de bekwaam-
heid der staatslieden, die hij bij zijne onderhandelingen gebruikte
en die zijne vijanden met sluwheid van elkander wisten te schei-
den en tot afzonderlijke vredesverdragen te brengen, had hij ze
nagenoeg alle weten te behouden.
§ 8. De Jlereenigingskamers van Lodewijk XIV. Pogingen
van Willem III tot bescherming der vrijheid van
Europa.
Niet tevreden met de aanzienlijke aanwinst van grondgebied,
bij den laatsten vrede verkregen, begon Lodewijk XIV kort
daarna zich op de meest eigendunkelijke wijze meester te maken
van aanzienlijke landstreken, aan het Duitsche Rijk en aan Spanje
toebehoorende. Hij beweerde voornamelijk, dat tot het grondge-
bied , hetwelk bij den Westfaalschen en bij den Nijmeegschen
vrede aan Frankrijk was afgestaan, ook alle steden en landschap-
pen moesten gerekend worden, die daarvan vroeger een deel
hadden uitgemaakt. Om aan deze schreeuwende onregtvaardig-
heid een schijn van regt te geven, rigtte hij in 1680 zoogenaam-
de Jlereenigingskamers {Chambres de réunion) op, die, zoo het
heette, onderzoeken moesten , welke onderhoorigheden, zelfs in
overoude tijden , tot de bedoelde, aan hem afgestane landen had-
den behoord. Eene groote menigte plaatsen en een aanzienlijk
grondgebied werden hem toegewezen, en terstond met krijgs-
volk bezet en bij Frankrijk ingelijfd. Wel deden de Keizer en
de overige hierdoor benadeelde vorsten tegenvoorstellingen, maar
Lodewijk XIV stoorde zich hieraan volstrekt niet; integendeel,
in September 1681 zond hij onverwacht een leger van 20,000
manmar Straatsburg , en nam die gewigtige stad, niettegenstaande
hij met het Duitsche rijk in vollen vrede was, voor Frankrijk