Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Auteur: Mulder, Lodewijk
Uitgave: Arnhem: D.A. Thieme, 1863
2e dr
Opmerking: Tweede deel: Nieuwe geschiedenis
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-698
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201485
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de kennis der vaderlandsche geschiedenis, ten dienste van hen, die zich tot de lessen bij de Koninklijke Militaire Akademie wenschen voor te bereiden
Vorige scan Volgende scanScanned page
-99
grafen vermeld zijn, hadden, zoo als gebleken is, hier en daar
groote wijzigingen in den toestand van de landen en volken te
weeg gebragt , en het is daarom tot juister begrip van hetgeen
volgen zal, noodzakelijk, na te gaan, hoedanig die toestand was
in het jaar 1648, bij het einde van het tijdperk, dat in deze
Afdeeling is behandeld geworden. Het is van veel belang, zich
daarby te herinneren , hoe die toestand in 1492 , bij het begin
van dit tijdperk, was.
Het Iberische Schiereiland, dat by het einde der middeleeuwen
nog uit vijf staten, Castilië, Arragon, Portugal, Spaansch-Navarre
en Granada bestond, telde er nu slechts twee : Spanje en
Portugal.
Het huwelijk van Ferdinand en Isabella had den grond ge-
legd tot de vereeniging van Arragon en Castilië, waarbij Ferdinand
in 1492 Granada (bl. 3), en in 1515 Spaansch-Navarre (bl. 14)
voegde, welke hij beide door geweld van wapenen in bezit had
genomen. Uit de vereeniging dezer vier rijken was het koning-
rijk Spanje ontstaan, waarover in 1648 de zwakke Koning Philips IV
regeerde, en dat, in weerwil van de schatten, welke hij uit
zyne uitgebreide koloniën , vooral uit Amerika, ontving, in geheel
magteloozen toestand verkeerde.
Portugal, door de Spaansche overheersching , die tachtig jaren
geduurd had (1580—1640), geheel verzwakt, en door de Vereenigde
Nederlanden van zijnen aanzienlijken handel en zijne voornaamste
koloniën beroofd, was sedert acht jaren weder een onafhankelijk
Koningrijk onder Johan IV, uit het huis van Braganza. Met de
Nederlanders had het in 1641, terstond na de afschudding van
het Spaansche juk, een wapenstilstand voor den tijd van tien
jaren gesloten.
Buiten het Iberische Schiereiland regeerde de Spaansche Koning
over Napels, Sardi?iié' en Sicilië; die door Ferdinand den Katho-
lijke waren veroverd (bl. 14); over de Zuidelijke of Spaansche
Nederlanden, die, even als het Graafschap Franche Comté, door
Philips den Schoone, als erfgoed zyner moeder Maria \!xn Bour-
gondië (zie I Deel, bl. 213) aan de Spaansche kroon waren
gebragt, en die bij den Westfaalschen vrede aan den Koning
van Spanje waren gebleven, en over het Hertogdom Milaan,
waarmede Karel V, als Keizer van Duitschland, in 1545 zijnen
zoon Philips H had beleend (bl. 35).
Italië had sedert de middeleeuwen insgelijks vele veranderingen