Boekgegevens
Titel: Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Auteur: Mundt, G.W.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en van de Grampel, 1823
4de, aanmerkelijk verb. dr
Opmerking: Vert. van: Burgheim unter seinen Kindern. - 1798-1801
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-722
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201481
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse letterkunde
Trefwoord: Vertalingen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Burgheim onder zijne kinderen; of Nieuwe zamenspraken en vertellingen, voor kinderen van acht tot veertien jaren, over de natuur en het menschelijk leven
Vorige scan Volgende scanScanned page
70 iets over het OOG.
de vijand nog eerst den fchuinfchen dam van den
neus pasferen, om bij het tweede te komen,
waardoor men tijd heeft, om de flagen te kee-
ren, en dè mensch alzoo ten minftê één oog
behoudt.
Karel. Maar de wenkbraauwen daar boven
aan het hoofd, die zijn toch rot niets nut ?
Netje. O, als wij die kwijt waren, wat zou-
den wij er dan akelig uitzien!
Dominé. Die hebben ook wel degelijk haar
bijzonder nut; enkel fieraadshalve heeft de na-
tuur ons niets gegeven. — Als men zout of
zweet in de oogen krijgt, is dat aangenaam ?
Antonie. Dat bijt leelijk.
Dominé. Als de landman maait, de foldaa:
zeer fnel marcheerti, en hun voorhoofd geheel
m,et zweet bedekt is, waar blijft dan het zweet,
zoo er geen tijd is, het af te droogen ?
■ Karel. O, dan loopt het hun bij het aange-
zigt en den neus neder."
Dominé. Zoo de wenkbraauwen «r niet wa-
ren-, zou het in de oogen loopen en geweldig
bijten, zoodat de oogen zeer verzwakken zou-
den ; maar hiertegen dienen de wenkbraauwen,
als zoo vele dammen, zij leiden het zweet en
de ftof voorbij de oogen.
Ka-