Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
JO
Mél/tode Familière.
Vcorwiardelijke tijd.
Ik zou begrijpen.
(Jij zoudt hegrijpen.
Hij zou begrgpen.
Wij zouden begrgpen.
Oij zoudt begrijpen.
Zij zouden begrgpen.
Zamengeflelde voorwaarde-
lijke tijd.
Ik zou begrepen hehben.
Gij zoudt begrepen hebben.
Hij zou begrepen hebben.
PPij zouden begrepen hebben.
Gij zoudt begrepen hebnen.
Zij zouden begrepen hebben.
gebiedende wijs.
Tegenwoordige of toeko-
■ mende tijd.
Begrijp.
Laat hem begrijpen.
Laat ons begrijpen.
Begrijpt.
Laat hen begrijpen.
bijvoegende wijs.
Tegenwoordige of toeko.
mende tijd.
Dat ik begrijpe.
Dat gij bogrgpet.
Dat hij begrijpe.
Dat vij begrgpeii.
Dat gij begrijpet.
Dat zij begrijpen.
Onvolmaakt verledene tijd.
Dat tk begrepe.
Dat gij begrepet.
Dat hij begrepe.
Dat begrepen.
Dat gij begrepet.
Pat begrepen.
Corditionnel.
|e concevrais.
Tu concevrais.
Il concevrait.
Nous concevrions.
Vous concevriez.
Ils concevraient.
Conditionnel composé.
j'aurais conçu.
Tu aurais conçu.
Il aurait conçn.
Nous aurions conçu.
Vous auriez conçu.
Ils aurafent conçu.
IMPÈRATl F.
Présent ou futur.
Conçois.
Qu'il conçoive.
Concevons.
Concevez.
Qu'ils conçoivent.
SUBJONCTIF.
Présent ou futur.
Que je conçoive.
Que tu conçoives.
Qu'il conçoive.
Que nous concevions.
Que vous conceviez.
Qu'ils conçoivent.
Imparfait.
Que je conçusse.
Que tu conçusses.
Qu'il conçût.
Que nous coi çussions.
'ae vous conçussiez,
■u'ils conçussent.