Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
'Méthode Famliert.
Toekomende tijd.
Ik flrafen.
Gij zult ftraffen.
Hij zal jiroffen.
fVij zullen jtrafen.
Cij zult tlraffen.
Zij znllen Jiraffen.
Zamengeftelde toekomende
tijd.
Ik zal gefiraft hebben.
Gif zult geftraft hebben,
lly zal gejtraft hebben.
fVij zullen geflraft hebben.
Gij zult gejtraft hebben.
Zij sullen geftraft hebben.
Voorwaardelijke tijd.
zou ftrafen.
Gij zoudt liraffen.
Hij zou ftrafen.
iFij zouden jiraffen.
Qij zoudt ftraffen.
Zij zouden ftraffen.
Zamecgeftelde voorwaarde-
lijke tijd.
Ik zou geftraft hebben.
Gij zoudt geftraft hebben.
Hij zou gejtraft hebben.
IVij zou^n geflraft hebben.
Gg zoudt geflraft hebben.
Z^ zouden geftraft hebben.
GEBIEDENDE WIJS.
Tegenwoordige of toeko-
mende tijd.
Straf
Laat hem ftraffen.
Laat ons jiraffen.
Straft.
Laat hen ftrafen.
Futur,
ye punirai.
Tu puniras.
Il punira.
Nous punirons.
Vous punirez.
Is puniront.
Futur composé,
'aurai puni.
Tu auras puni,
il aura puni.
Nous aurons puni»
Vous aurez puni.
Ils auront puni.
ConditionneL
[e punirais.
Tu punirais.
Il punirait.
Nous punirions.
Vous puniriez.
Ils puniraient.
Conditionnel composée
Ïaurais puni,
u aurais puni.
Il aurait puni.
Nous aurions puni.
Vous auriez puni.
Ils auraient puni.
IMPÉRATIF.
Present ou futur.
Punis.
Qu'il punisse.
Punissons,
l'unijsez.
Qu'ils puuissenr.