Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
tt
Méthode Familière. " J
Volmaakt verledene tyd.
71 heb gegeven.
Gy hebt gegeven.
Hij heeft gegeven.
fVij hebben gegeven.
Gij hebt gegeven.
Zij hebben gegeven.
Meer dra volmaakt verle.
dene tijd.
.Ik had gegeven.
Gif hadt gegeven.
Hij had gegeven.
fVij had^n gegeven.
Gij hadt gegeven.
Zij hadden gegeven.
Meer dan volmaakt verle-
dene tgA
Ik had gegeven.
Gif hadt gegeven.
Hij had gegeven.
IFij hadden gegeven.
Gij hadt gegeven.
Zij hadden gegeven.
Toekomende tijd.
Ik zal geven.
Gij zult geven.
Hij aal geven.
ïVij zullen geven.
Gij zult ge%'en.
Zij zullen geven.
Zamengeftelde coekomende
tijd.
Ik zal gegeven hehben.
Gii zult gegeven hebben.
Hij zal gegeven hebben.
fVij zullen gegeven hebben,
Cij zult gegrven hebben.
Zij !»llen gegevin hebben.
Parfait tmptsi.
j'ai donné.
Tu as donné.
Il a donné.
Nous avons donné.
Vous avez donné.
Ils ont donné.
Plus-que-parfait,
J'avais donné.
Tu avais donné.
Il avait donné.
Nous avions donné.
Vous aviez donné.
Ils avaient donné.
Second plus-que-parfait,
feus donné.
Tu eus donné.
Il eut donné.
Nous eûmes donné.
Vous eûtes donné.
Us eurent donné.
Futur,.
Je donnerai.
Tu donnera».
Il donnera.
Nous donnerons.
Vous donnerez.
Ils donneront.
Futur cmposi,
'aurai donné.
Tu auras donné;
Il aura donné.
Nous aurons donne.
Vous aurez donné,
lis auront donné.