Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Méthode Familière. " J
was.
waren,
waart,
waren.
Onvolmaakc verledene tyd.
Ik was.
Cij waart.
"A
%
Bepaald verledene tyd;
Ik was.
Gij waart.
Hi] was.
Wij waren,
Cij waart.
Zij waren.
Volmaakt verledene lijd.
Ik ben geweest^
Gij zijt geweest.
Hij is geweest,
IVij zijn geweest.
Gij zijt geweest.
Zij tyn geweest.
Meer dan volmaakt verle»
dene tijd.
Ik was geweest.
Gij waart geweest.
Hij was geweest.
fV^ waren geweest.
C9 waart geweest,.
Z^ waren geweest.
Meer dan volmaakt verle-
dene tijd.
Ik was geweest.
Cjr waart geweest.
Hij was geweest.
If'ij waren geweest.
Cij waart geweest.
Zij waren geweest.
Imperftàt.
'étais.
Tu étais.
Il était.
Nous étions.
Vous étiez.
Ils étaient.
Parfait déjînit
je fus.
To fus.
Il fut.
Nous fûmes.
Vous ft\tes.
Ils furent.
Parfait composé.
J'ai été.
Tu as été.
Il e éié.
Nous avons été.
Vous avez été.
Ils ont été.
Plut-que^parfait.
J'avais éi4.
Tu avais été.
Il avait été.
Nous avions été.
Vous ^vieî été.
lis avaient été.
Second plus-que-parfait.
j'eus été.
Tu eus été.
Il eut été.
Nous eûmes été,
Vôus eûtes été.
Ils eurent été.