Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Méthode FamilUre,
VÈRVOEGING
ven het behulpzame werkw.:
Hebben, ,
' ONBEPAALDE WIjS.
Tegenwoordige tijd:
Hebben.
Tegenwoordig deelwoord:
Hebbende.
Verleden deelwoord:
Gehad.
AANTOONENDE WriJS.
Tegenwoordige tyd.
Jk hei.
Gij hebt.
Hij heeft,
Wij hebben.
Gij hebt.
Zy hebben.
Onvolmaakt verledene tijd.
Ik had.
Gy hadt. , ,
Hij had,
Wij hadden.
Gij hadt.
Zij hadden.
Bepaald verledene tijd.
Ik had.
Gif hadt.
Hij had.
Wij hadden.
Gif hadt.
Zij hadden.
CONJUGAISON
du verbe auxiliaire:
Avoir.
INFINITIF.
Présent :
Avoir.
Participe présent :
Ayant.
Participe passé:
Eu.
INDICATIF.
Présent.
Tu as.
Il a.
Nous avons.
Vous avez.
Ils ont.
Imparfait.
l'avais.
Tu avais.
Il avait.
Nous avions.
Vous aviez.
Us avaient.
Parfait défini.
J'eus.
Tu eus.
Il eut.
Nous eûmes.
Vous eiUes.
Ils eurent.