Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode Familière.
Zenden,
Ontvangen*
R'Hahn.
Jifkorten. ■
Leenen.
Aflecnen-,
Uitkiezen,
Dingen»
Bieden, (de bieden»
Mishieden^ onder dewaar^
IVegen»
Inpakken.
Laden.
Losfen.
Infvhcpcn»
Ontfchcpen.
Ven rekken.
Aankomen. .
Bankroet fpelen.
Schipbreuk Ujden»
,Eenen winkel opzetten.
Pleiten.
Koopmans benamingen :
Kasgeld.
Bankgeld.
Ecne rekening.
Eene fchuld»
Eene hvitantie.
F.en 'wisfelbrief.
Het verlies»
De winst»
Dc lading»
De verkooping^ -
De betaling.
Envoyer. .
Recevoir.
Payer.
Rabattre.
Prêter. ,
i^^^mprnnter.
Choisir.
Marchander.
Offrir.
NKsoffrir.
Peser.
iimpaqueter.
Charger.
Ddchurger.
[embarquer.
Débarquer-
Partir.
Arriver.
s Faire faillite (Il
^ Faire banqueroute.
Faire naufrage.
Lever une boutique.
Plaider.
Ter mes, de négociants:
Argent de. caisse.
Argent de banque.
Un compte.
Une dette.
Une quittance, un reçu.
Une lettre de change.
La perte.
Le gain.
La charge.
La vente. ,
Le paiement.