Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode Familitre.

Hoenders,
Duiven.
Jonge duiven.
Snippen.
Patrijzen.
Een taling.
Een eendvogel.
Een konijn.
Een haas,
Zeevisch:
Schelvisch,
Kabeljaaww,
Tarbot,
Tongen,
Schol,
■ Spiering.
Een pekelharing.
Een bokking.
Labberdaan,
Oesters.
Mosfelen.
Riviervisch:
Een zalm.
Een elft.
Een fnoek.
Een karper. ■
Baars.
Aal, paling,
, Kreeften.
Men maakt dc fpijzen
gereed met:
Zout.
Peper.
Des poulets.
Des pigoons. .
Des pigeonneaux.
Des bécasses.
Des perdrix.
Une cercelle.
Un canard.
Un lapin.
Un lièvre.
Du poisson de mer:
Du merlan.
Ducabéliaud,cabillaud(ll/77.\
Du turbot.
Des soles.
Des carrelets.
Des éperlans.
Un * hareng pec (jtek),
CUn ♦ hareng sauret.
tUn ♦ hareng saur Qôre).
De la morue.
Des huitres.
Des moules.
Du poisson de riviire :
Un saumon.
Une alose.
Un brochet.
Une carpe.
Des perches.
Des anguilles (\\mouill,').
Des écrevisses.
On apprête les mets
avec:
Du sel.
Du poivre.
C5