Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode Familière. I [I
Vergeef het mij, het is Pardonnez-moi, c'est de
van hetzelfde okshoofd.^ la même barrique.
Wat verkoopt gij dien wijn? Que veiidez-vous ce vin-là?
Ik verkoop hem een'' daal- Je le vends trente sous la
der de flesch.
Bet is te veel.
i^Jen betaalt er zooveel voor.
Ik zal er twee flesfchen
. van nemen. (ken.
Ik zal uwe rekening opma-
Gij hebt hier drie nachten
gejlapen.
Gij hebt zesmaal gegeten.
Ik heb twee gulden voor uw
linnengoed gegeven.
Uw paarden hebben zeven
maatjes haver gehad.
Hoe veel bedraagt dit al-
les?
Dat niaakt achttien gulden.
f)e twee flesfchen daaronder
begrepen ?
Jk kan niet, Mijnheer !
Ik heb niets gerekend voor
Jiet ontbijt,
jbaar is uw geld.
£r is niet genoeg.
Gif hebthetgtne u toekomt.
Gij zijt vrij wel betaald.
Ik bedank u. Mijnheer!
Jan! hebt gij gedaan
hetgene ik u belast
heb?
Hebt gij niets vergeten?
Is mijn valies wel vast
. geniaak t ?
Let op alles wel
bouteille.
C'est trop.
On en paie autant.
J'en prendrai deux bou-
teilles.
Je ferai votre compte,
^'ous avez couché trois
nuits ici.
Vous avez pris six repas.
J'ai donné deux florins
pour votre linge.
Vos chevaux ont eu sept
mesures d'avoine.
A combien tout cela se
monte-t-il?
Cela fait dix-huit florins.
Y compris les deux bou-
teilles ?
Je ne saurais, Monsieur.
Je n'ai rien compté pour
le déjeiiné.
Voilà votre argent.
Il n'y a pas assez.
Vous avez ce qu'il vous faut.
Vous êtes assez bien payé.
|e vous remercie. Monsieur.
Jean, as-tu fait ce que je
t'ai ordonné ?
N'as-tu rien oublié?
Ma valise est-elle bien at-
tachée?
Prends bien garde à tout.