Boekgegevens
Titel: Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Auteur: Marin, Pieter; Scheerder, H.
Uitgave: Amsterdam: Schalekamp en Van de Grampel, 1826
Amsterdam: A. Bakels
2e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6334
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201359
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Méthode familière, pour ceux qui commencent à s'exercer dans la langue française = Gemeenzame leerwijze voor degenen, die zich in de Fransche taal beginnen te oefenen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Méthode FamilUre,
"3
Ut begin moê te yvordcn.
Ik beu al moede.
Laat om vat rusten.
Laat ons op deze bank
gaan zitten.
De -wandeling heeft mij
goed gedaan.
Ik wandel zeer gaarne.
{zondlieid.
Dat is zeer goed voor de ge-
Ik wandel dikwijls alleen.
Gij houdt dan yeel van de
eenzaamheid.
Het buitenleden zou mij
wel behagen.
. Het is des zomers goed
buiten te zijn.
Wij zijn bij dc poort.
IVij hebben genoeg gewan-
deld.
Laat ons wcêr de ftad in-
treden.
Gaarne.
Ik mag het wel lijden.
Het wordt laat.
Het is bij zesfen.
Het is bij half zeven.
Het is zoo laat niet op dien
wijzer.
De klok flaat.
Luister wel toe.
Het is een heel uur.
Het zal zes ure zijn.
Het is tijd, dat wij fchei-
den.
Je commence ù être las.
Je suis déjà las.
Reposons-nous un peu.
Asseyons-nous sur ce banc,
La promenade m'a fait du
bien.
Je me promène très-volon-
tiers. (santé.
Cela est très-bon pour la
Je me promène souvent
tout seul.
Vous aimez donc beau-
coup la solitude.
La vie champêtre me plai-
rait bien.
Il fait bon être l'été â la
campagne. (porte.
Nous sommes près de la
Nous nous sommes assez
promenés.
Rentrons dans la ville.
Volontiers.
Je le veux bien.
Il se fait tard.
II est près de six heures.
Il est près de six heures
et demie.
Il n'est pas si tard à ce
cadran-là.
L'horloge sonne.
Écoutez bien.
C'est l'heure qui sonne.
Ce sera six heures.
Il est temps de nonssép«-
rer.
H