Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
Tounl liever beiden u haar' ouden oorsprong waard;
JJes ouden taallronks deftige aard
Bloei' onverhaslerd voort in bei' zijn ac/itbre loten /"
Het Zweedsch, meer echter nog het Deeusch, draagt veel
^sporen vau ook tot de lagere of nederduitsche tongvallen te
behooren. Ueze talen hebben echter sommige eigenaardighe-
den, (zie b.v. § 63) die reeds aan hare vroegere afscheiding
van de overige germaansche spraken moeten doen denken ,
en zijn, hoezeer met ons, en vooral mot het Friesch verwant,
op verre na echter zoo nauw met het tegenwoordige Ne-
derlandsch niet vermaagschapt, als b.v. het Hoogduitsch.
Dit laatste is tegenwoordig de duitsche zuster, die het meest
op onze taal gelijkt, en in vorige dagen zulks nog sterker
deed. Het Engelsch, voor zoover het Angelsaksisch en
Deensch-Saksisch, en dus oorspronkelijk eene germaansche oi
duitsche taal is, heeft ook op onze spraak veel betrekking,
vooral op de friesche dialecten daarvan. Sedert dat Enge-
land echter door wiuiiM den Veroveraar overweldigd werd,
en misschien reeds sinds vroeger tijd, is de engelsche taal
voor de helft wel verfranscht geworden, om niet te spreken
van al het Latijn en wat al niet meer, dat in haar geslo-
pen is. Ook geloof ik da:irenboven nog, dat het Engelsch,
zelfs in zijne groudbestanddeelen, misschien meer onger-
maansch bezit, dan de meesten wel denken. Het oud-Britsch,
of de taal der bewoners van Grootbrittanje vóór de ver-
overing van deze gewesten door de Angelsaksen, schemert
nog op vele plaatsen door. Dus is het tegenwoordig Engelsch
wel een recht mengelmoes, een pot jwurri, eene oUa podrida
van taal, en huygens mocht niet zonder grond spreken van:
— — — — — — het Engelsch gucttrcn.
De tael van alle tael, die nergens t' htiys en hoort
En allom boortigh is. — — — — — —
Het hedendaagsche Schotsch nadert in vorm, uitspraak en
tongslag meer, dan het Engelsch, onze tegenwoordige taal.