Boekgegevens
Titel: Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Deel: Dl. II Spraakkunst, stijl en letterkennis
Auteur: Lulofs, B.H.; Jager, Arie de
Uitgave: Amsterdam: A. Akkeringa, 1875
4e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6235
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201324
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Mr. B. H. Lulofs' taalkundige werken
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
■eigenlijk gezegde, op zich zelve staande schrijftaal, niet veel
onder is, dan de zestiende eeuw, toen het zich voornamelijk
in de gewesten van Saksen en Meissen, en dus tusschen de
hoogere en lagere dialecten in, heeft beginnen te vormen. De
hoofdkleur dier taal is echter meer opper-, dan nederduitsch.—
Onze tegenwoordige schrijftaal kan men het beschaafde ne-
derduitsche dialect noemen; beschaafd, r.eg ik: want b.v. in
Oostfrieslaud, Hannover, Bremen, Hamburg, tot in Pruisen
en schier naar Rusland toe, zijn de nederduitsche dialecten
onbeschaafd gebleven, en uit de fatsoenlijke kringen enden
schrijfstijl bijna geheel verdrongen door het tegenwoordige
Hoogduitsch, dat voor gansch Duitschland de schrijf- en be-
schaafde spreektaal geworden is. — Uit het hier aangemerkte
is het, voor het overige, zeer duidelijk, waarom het Hollandsch
den hoogduitscheren telkens, als hun zoogenaamd Platduitsch,
in de ooren klinkt; even duidelijk en natuurlijk, te weten,
als waarom wij in de platte spraak onzer grensboeren, of
in die der amsterdamsche geringe Joden, het Hoogduitsch
meenen te herkennen. Hierom echter of het Hoogduitsch, of
wel het Nederduitsch in het algemeen te verachten, is be-
lagchelijk en onverstandig tevens. Mij valt een rijmpje te
binnen, dat ik eens op dit onderwerp maakte, en dat hier,
hoe onbeduidend ook, eene plaats moge vinden :
»De domme Hoogduitscher.
Uw IS'eêrlandsch?.. . 't Is geen taal! Patois is H onzer boeren!
De domme Hollander.
Uw Hoogduitsch?.... H Klinkt mij steeds, of 'k Joden 't woord
hoor voeren !
De billijke beoordeelaar.
Taalbroederen, ei, kijft toch niet.
Daar toch uw beider spraak uit ééne bronwel vliet.
Uit êénen stam is voortgesproten ;